Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag omgevingsvergunning van 22 september 2020. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had eerder geoordeeld dat het college opnieuw moest beslissen op deze aanvraag.
Ondanks ingebrekestelling op 6 maart 2025 heeft het college niet binnen de gestelde termijn van twee weken een besluit genomen. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het college binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank wijst het verzoek van eiseres af om zelf in de zaak te voorzien of handhavend op te treden, omdat de procedure beperkt is tot de vraag of het college tijdig heeft beslist. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-, en veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.