ECLI:NL:RBDHA:2026:4034
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening kinderalimentatie wegens ontbreken spoedeisend belang
Partijen zijn sinds 2018 gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen die bij de vrouw verblijven. De vrouw verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen waarbij de man een maandelijkse bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zou betalen.
De vrouw stelde dat zij na de scheiding financieel moeilijkheden had en geen inkomen had, maar inmiddels heeft zij een baan met een netto inkomen van €1.808 per maand. De man heeft sinds de echtscheiding geen kinderalimentatie betaald. De vrouw kon niet aantonen dat zij zich in een financiële noodsituatie bevindt die het noodzakelijk maakt om de voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak omdat van de vrouw niet gevergd kan worden de afloop van de bodemprocedure af te wachten. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening voor kinderalimentatie wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.