In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie behandeld. Eiser had eerder een beroep ingesteld dat gegrond werd verklaard, waarbij de minister werd opgedragen om binnen zestien weken een besluit te nemen op de asielaanvraag. De rechtbank had ook bepaald dat bij overschrijding van deze termijn een dwangsom van € 100,- per dag zou worden opgelegd, met een maximum van € 7.500,-. In deze tweede procedure stelt eiser dat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 14 december 2023. De rechtbank oordeelt dat de minister opnieuw een beslistermijn moet krijgen, ditmaal van acht weken, en legt een nieuwe dwangsom op van € 100,- per dag, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden aangevochten door middel van een verzetschrift binnen zes weken na bekendmaking.