Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Katwijk om handhavend op te treden tegen straling van zendmasten op een locatie. Het college wees dit verzoek af. Eiseres maakte bezwaar, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening van de bezwaargronden. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard, omdat de aanvullende bezwaargronden tijdig bij de rechtbank waren ingediend en de rechtbank deze tijdig aan het college had doorgezonden. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
De voorzieningenrechter besloot vervolgens het bezwaar inhoudelijk te beoordelen om een finale geschilbeslechting te bereiken. Uit de inhoudelijke beoordeling bleek dat het college het handhavingsverzoek terecht had afgewezen, omdat de zendmasten vergunningvrij geplaatst mochten worden en het college niet bevoegd was om handhavend op te treden tegen de straling. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur had bovendien vastgesteld dat de stralingsniveaus onder de norm bleven.
Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht aan eiseres.