In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 12 januari 2026, gaat het om een beroep dat eiser heeft ingediend tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelt dat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag, ingediend op 30 augustus 2022. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld. Eiser heeft de minister na het verstrijken van de beslistermijn verzocht om binnen twee weken alsnog te beslissen, maar de minister heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister wordt opgedragen om alsnog binnen vier weken na de uitspraak een besluit te nemen op de aanvraag. De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiser vergoeden, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden aangevochten door middel van een verzetschrift binnen zes weken na verzending.