ECLI:NL:RBDHA:2026:3705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod na herstel motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 september 2024 waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen en een inreisverbod van tien jaren werd opgelegd. De rechtbank behandelde het beroep en deed op 24 januari 2025 een tussenuitspraak waarin zij verweerder de gelegenheid gaf om gebreken in het besluit te herstellen, met name omtrent de motivering van het inreisverbod en de gevolgen van overlevering aan Duitsland.
Verweerder heeft vervolgens een aanvullend besluit genomen waarin hij meedeelt dat eiser op 16 oktober 2024 aan Duitsland is overgeleverd en verstrekte nadere justitiële documentatie. Verweerder motiveert waarom het inreisverbod ondanks de overlevering niet onevenredig is. Eiser betwist dit en wijst op onduidelijkheid over de duur van zijn detentie in Duitsland.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de gebreken heeft hersteld en dat het inreisverbod gelet op de ernst van de bedreiging voor de openbare orde gerechtvaardigd blijft. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover het het inreisverbod betreft, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens gebreken, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.