ECLI:NL:RBDHA:2026:3703

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
11927276 RL EXPL 25-19279
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 8a ZorgverzekeringswetArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling eigen risico zorgverzekering en rechtmatigheid polisvoorwaarden gecontracteerde zorgverleners

Zilveren Kruis vordert betaling van het openstaande eigen risico van €4.425,- plus rente en incassokosten van een verzekerde die volgens hen tekort is geschoten in zijn betalingsverplichtingen over de jaren 2017 en 2022-2025. De verzekerde betwist de vordering en stelt dat de zorgverzekeringsovereenkomst per 1 januari 2011 is geëindigd en dat declaraties van zorgverleners onterecht zijn ingediend zonder zijn toestemming.

De kantonrechter oordeelt dat de zorgverzekeringsovereenkomst niet is geëindigd vanwege een premieachterstand en dat de verlenging rechtmatig was op grond van artikel 8a Zvw. Daarnaast is vastgesteld dat gecontracteerde zorgverleners volgens de polisvoorwaarden declaraties rechtstreeks mogen indienen bij de verzekeraar. De verzekerde heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de zorg niet is verleend of dat er sprake is van wanprestatie door de zorgverleners.

De kantonrechter wijst de vordering van Zilveren Kruis toe tot betaling van €5.827,73, inclusief incassokosten en wettelijke rente, en veroordeelt de verzekerde tevens in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande eigen risico, wettelijke rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag
NAV/b
Zaak-/rolnr.: 11927276 RL EXPL 25-19279
17 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de naamloze vennootschap ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Leiden,
eisende partij,
hierna te noemen: Zilveren Kruis,
gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde partij] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- de dagvaarding van 9 september 2025, met producties (1 tot en met 14);
- de conclusie van antwoord, met productie (1).
1.2.
Op donderdag 22 januari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen [naam] namens de gemachtigde van Zilveren Kruis en [gedaagde partij] in persoon. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. De uitspraak van dit vonnis is daarna bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Tussen Zilveren Kruis als zorgverzekeraar en [gedaagde partij] als verzekeringsnemer is vanaf 1 januari 2010 een zorgverzekeringsovereenkomst tot stand gekomen. Daarop zijn de polisvoorwaarden van Zilveren Kruis van toepassing. Naast het verplichte eigen risico heeft [gedaagde partij] gekozen voor een vrijwillig eigen risico. Het totale eigen risico bedraagt € 885,-.
2.2.
In de polisvoorwaarden staat, voor zover relevant, het volgende:
Voordelen van gecontracteerde zorg
Wij hebben met een groot aantal zorgverleners, zorginstellingen en leveranciers contracten afgesloten. Wat zijn de voordelen als u naar een gecontracteerde zorgverlener gaat?
  • De gecontracteerde zorgverlener stuurt de rekening direct naar ons. U merkt hier dus niets van.
  • Ongeacht de polis die u heeft, wordt de rekening volledig vergoed als u daar volgens de polisvoorwaarden recht op heeft. Het verplicht en vrijwillig gekozen eigen risico en de (wettelijke) eigen bijdragen worden op de vergoeding in mindering gebracht.
  • De gecontracteerde zorgverleners voldoen aan de door ons gestelde kwaliteitseisen.”
2.3.
[gedaagde partij] heeft per 1 januari 2011 een zorgverzekeringsovereenkomst afgesloten bij Promovendum. Promovendum heeft in haar e-mail van 10 februari 2011 aan [gedaagde partij] laten weten dat zij de overeenkomst annuleert. In de e-mail staat onder andere het volgende:
“Onlangs hebben wij van de andere zorgverzekeraar bericht gekregen dat u bij hun een betalingsachterstand heeft. Wettelijk gezien kan hierdoor de verzekering bij Promovendum
niet ingaan. Hierdoor zullen wij uw zorgverzekering annuleren.”
2.4.
In een e-mail van 17 mei 2024 heeft [gedaagde partij] aan (de gemachtigde van) Zilveren Kruis het volgende geschreven:
“De werkelijkheid is, dat ik van mening ben, dat er op geen enkele wijze is geleverd, wat tussen mij en GGz delfland is overeengekomen bij het aangaan van behandelovereenkomst, omdat er sprake is van dermate ernstige fouten, dat deze tot gevolg hebben, dat ik niet d overeengekomen behandeling ivm een post-traumatische-stres-stoornis krijg, maar steeds weer ten onrechte en ook zonder dat daartoe enige machtiging bestaat gedwongen wordt om behandeling van niet bestaande psychische stoornissen te accepteren. Voor uw client is eenvoudig vast te stellen, dat er sprake is van wederrechtelijke dwang is, omdat het de declaraties betreft van die onterecht geleverde zorg ivm psychische stoornissen.”

3.Het geschil

3.1.
Zilveren Kruis vordert dat de kantonrechter [gedaagde partij] veroordeelt tot betaling van € 5.827,73, met rente en kosten.
3.2.
Zilveren Kruis legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.
[gedaagde partij] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn contractuele betalingsverplichting uit de zorgverzekeringsovereenkomst door het verschuldigde eigen risico over de jaren 2017 en 2022 tot en met 2025 onbetaald te laten. Het eigen risico over die jaren is in totaal € 4.425,-.
Omdat de betaling uitbleef heeft Zilveren Kruis haar vordering uit handen gegeven aan haar gemachtigde, die een incassotraject heeft gevolgd waarvan de kosten € 686,68 inclusief btw bedragen. Ook is [gedaagde partij] wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van verzuim. De wettelijke rente bedraagt tot 26 augustus 2025 € 716,05.
3.3.
[gedaagde partij] vindt dat de vordering van Zilveren Kruis moet worden afgewezen. Op zijn verweer wordt hierna – voor zover relevant – ingegaan.

4.De beoordeling

De verplichte zorgverzekering is niet in strijd met het nationale of internationale recht
4.1.
[gedaagde partij] voert aan dat de verplichting om de zorgverzekeringsovereenkomst aan te houden bij Zilveren Kruis in strijd is met artikel 8 van Pro het EVRM. [gedaagde partij] betoogt dat Zilveren Kruis niet mocht overgaan tot verlenging van deze zorgverzekeringsovereenkomst, omdat zij – door de opzegging van [gedaagde partij] tegen 1 januari 2011 – wist dat hij niet langer bij haar verzekerd wilde zijn. De tussen partijen bestaande zorgverzekeringsovereenkomst is daarom per 1 januari 2011 geëindigd, aldus [gedaagde partij] .
4.2.
De kantonrechter is gelijk Zilveren Kruis van oordeel dat de zorgverzekeringsovereenkomst wel kon worden verlengd, omdat sprake was van een premieachterstand en [gedaagde partij] daarom de zorgverzekering niet kon opzeggen op grond van artikel 8a van de Zorgverzekeringswet (Zvw).
4.3.
Daanaast is het vaste rechtspraak van De Centrale Raad van Beroep, het hoogste rechterlijk college in bestuursrechtelijke zaken, dat de verplichting om een zorgverzekeringsovereenkomst af te sluiten niet in strijd is met artikel 8 van Pro het EVRM [1] . Op de gronden zoals vermeld in deze uitspraken is de kantonrechter van oordeel dat een beperking van de opzegmogelijkheid van een verzekeringsnemer als er sprake is van een achterstand in de premiebetaling evenmin in strijd is met artikel 8 van Pro het EVRM. In het tweede lid van artikel 8 van Pro het EVRM staat dat inmenging in de uitoefening van het recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie is toegestaan indien dit bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van, voor zover hier van belang, de bescherming van de gezondheid. De beperking van de opzegmogelijkheid als er sprake is van een achterstand in de premiebetaling is voorzien in artikel 8a, eerste lid, Zvw en uit de wetsgeschiedenis blijkt genoegzaam dat de Zvw in het belang van de Nederlandse gezondheidszorg tot stand is gekomen. Er is dus sprake van een toegestane inmenging in de uitoefening van het recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
4.4.
Gelet op het voorgaande is de zorgverzekeringsovereenkomst niet per 1 januari 2011 geëindigd door de opzegging van [gedaagde partij] . Zilveren Kruis mocht die overeenkomst (blijven) verlengen gedurende de tijd dat de verschuldigde premie(s), rente en incassokosten niet zijn voldaan.
[gedaagde partij] moet het eigen risico van € 4.425,- betalen
4.5.
Zilveren Kruis stelt dat [gedaagde partij] het gevorderde eigen risico moet betalen, omdat onder meer GGZ Delfland bij Zilveren Kruis heeft gedeclareerd voor de door haar verleende zorg aan [gedaagde partij] en die zorgkosten onder het eigen risico vallen. [gedaagde partij] betoogt dat zorgverleners niet rechtstreeks – en zonder akkoord van [gedaagde partij] – hun declaraties mogen indienen bij Zilveren Kruis. Verder betwist hij dat GGZ Delfland de gedeclareerde zorg ook daadwerkelijk aan hem heeft verleend, althans dat zij de juiste zorg hebben verleend.
4.6.
In de poliswaarden die op de zorgverzekeringsovereenkomst van toepassing zijn, is opgenomen dat gecontracteerde zorgverleners hun declaratie rechtstreeks aan Zilveren Kruis mogen sturen. Zilveren Kruis heeft dan ook terecht de ingediende declaraties in behandeling genomen en met inachtneming van de polisvoorwaarden aan de zorgverlener uitbetaald. Het op dit punt door [gedaagde partij] gevoerde verweer wordt dan ook verworpen.
4.7.
Anders dan [gedaagde partij] als verweer heeft aangevoerd is de kantonrechter van oordeel dat genoegzaam is gebleken dat [gedaagde partij] in 2018 wel degelijk opdracht heeft gegeven aan zijn zorgverlener. Hij heeft destijds niet het standpunt ingenomen dat hij geen opdracht had verstrekt. In een e-mail van 23 juli 2018 aan (de gemachtigde van) Zilveren Kruis heeft hij immers over deze declaratie geschreven dat hij niet tevreden was over de uitvoering van de verleende zorg. Dat [gedaagde partij] nu in deze procedure een ander standpunt inneemt staat hem uiteraard vrij, maar maakt zijn verweer niet geloofwaardig. Dit klemt temeer nu hij desgevraagd ter zitting daarover geen toelichting kon geven.
4.8.
Wat betreft de gesteld wanprestaties van de zorgverleners stelt de kantonrechter voorop dat GGZ Delfland een inspanningsverplichting heeft en geen resultaatsverplichting. Dit betekent dat als de desbetreffende behandelaar voldoende inspanning heeft verricht, maar het gewenste resultaat toch niet behaald wordt, dat niet voor rekening van de behandelaar komt. Alleen als er sprake is van daadwerkelijk tekortschieten, of van een situatie waar de behandelaar niet heeft gedaan hetgeen van een redelijk bekwaam behandelaar verwacht mocht worden, kan daarvan afgeweken worden.
4.9.
Uit de e-mail van 17 mei 2024 van [gedaagde partij] aan (de gemachtigde van) Zilveren Kruis blijkt dat de gedeclareerde zorg wel is verleend, maar dat [gedaagde partij] niet tevreden is over de zorg die aan hem is verleend. Tijdens de zitting heeft [gedaagde partij] ook verklaard dat hij een medewerker van GGZ Delfland thuis heeft gesproken, maar dat hij niet op locatie is geweest. Voor zover [gedaagde partij] meent dat de afspraken thuis niet kwalificeren als zorg die voor vergoeding in aanmerking komt, volgt de kantonrechter hem hierin niet. Ook als zorg in de thuissituatie wordt verleend, komt deze voor vergoeding in aanmerking. Daarom gaat
de kantonrechter ervan uit dat de door GGZ Delfland gedeclareerde zorg aan [gedaagde partij] is verleend. In beginsel zijn de declaraties dan ook terecht aan de zorgverlener betaald. Zoals hiervoor is overwogen, is dat alleen anders als sprake is van daadwerkelijk tekortschieten, of van een situatie waar de behandelaar niet heeft gedaan hetgeen van een redelijk bekwaam behandelaar verwacht mocht worden. Dat daarvan sprake is heeft [gedaagde partij] niet toegelicht. De enkele omstandigheid dat [gedaagde partij] tot op heden, ondanks zijn verzoeken daartoe, nog geen EMDR-behandeling heeft gekregen, maakt niet dat daarvan sprake is. Het verweer op dit punt wordt dan ook verworpen.
4.10.
Omdat de gedeclareerde zorgkosten onder het eigen risico van [gedaagde partij] vallen, moet hij het gevorderde eigen risico van € 4.425,- (alsnog) aan Zilveren Kruis betalen.
[gedaagde partij] moet de wettelijke rente aan Zilveren Kruis betalen
4.11.
Omdat [gedaagde partij] het eigen risico niet op tijd aan Zilveren Kruis heeft betaald, is hij de wettelijke rente verschuldigd. De wettelijke rente bedraagt, berekend tot 26 augustus 2025, € 716,05. Daarnaast moet [gedaagde partij] aan Zilveren Kruis de wettelijke rente betalen over € 4.425,- vanaf 26 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling.
[gedaagde partij] moet de incassokosten aan Zilveren Kruis betalen
4.12.
Zilveren Kruis maakt aanspraak op vergoeding van incassokosten. Zilveren Kruis heeft aan [gedaagde partij] aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96, zesde lid, BW. Daarom zal, zoals gevorderd, een bedrag van € 686,68 worden toegewezen.
De conclusie
4.13.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Zilveren Kruis zal toewijzen tot een bedrag van € 5.827,73, met de toekomstige wettelijke rente over de hoofdsom.
[gedaagde partij] moet de proceskosten betalen
4.14.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
543,-
- salaris gemachtigde
720,-
(2 punten × € 360,-)
- nakosten
144,-
(plus de kosten van betekening
zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.553,14

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 5.827,73, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.425,- vanaf 26 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.553,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.F.H. van Eijk, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 februari 2026.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 14 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO6734, en de uitspraak van 25 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3135.