ECLI:NL:RBDHA:2026:3686

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
NL25.51008
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek met onbekende bestemming

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft partijen uitgenodigd voor een zitting, maar verweerder meldde zich af en de gemachtigde van eiser verzocht om de zaak op de stukken af te doen.

De rechtbank beoordeelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep en het procesbelang van eiser. Uit informatie van Nidos en de minister bleek dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak wordt dan aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht.

Daarom concludeerde de rechtbank dat eiser geen procesbelang heeft bij de inhoudelijke behandeling van het beroep. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.51008

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. L.S.T.H. Ruijters),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag als ongegrond. Eiser is het met die afwijzing niet eens en heeft op 20 oktober 2025 beroep ingesteld.
2. De rechtbank heeft partijen gewezen op hun recht om op een zitting te worden gehoord en heeft ze uitgenodigd voor een zitting op 4 februari 2026. Verweerder heeft zich op 3 februari 2026 afgemeld voor de zitting. De gemachtigde van eiser heeft vervolgens de rechtbank verzocht om de zaak op de stukken af te doen. De rechtbank heeft daarop op 3 februari 2026 bepaald dat een onderzoek ter zitting verder achterwege blijft en heeft het onderzoek op 13 februari 2026 gesloten. [1]

Overwegingen

3. De rechtbank beoordeelt (ambtshalve) de ontvankelijkheid van het beroep en – in dat verband – of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
4. De gemachtigde van eiser heeft in zijn brief van 3 februari 2026 aangegeven dat Nidos heeft laten weten dat eiser vermist is en dat er geen contact met hem mogelijk is. Verweerder heeft vervolgens op 9 februari 2026 bevestigd dat eiser is geregistreerd als ‘met onbekende bestemming vertrokken’.
5. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, in beginsel ervan wordt uitgegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt. [2]
6. Gezien de informatie van verweerder en de gemachtigde van eiser, gaat de rechtbank ervan uit dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Daarom heeft eiser geen procesbelang bij een inhoudelijke behandeling van het door hem ingestelde beroep.
7. Het beroep is niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 24 februari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662