Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 22 november 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een nieuwe beslistermijn van zestien weken opgelegd, het zogenaamde '8+8 wekenmodel'.
De minister wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen. Bij overschrijding van deze termijn moet de minister een dwangsom van €100 per dag betalen, met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €467.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser krijgt hiermee gelijk en de minister wordt gedwongen tot spoedige besluitvorming.