In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 13 september 2023. Eerder had de rechtbank de minister al opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen, met een dwangsom van €200 per dag bij overschrijding. De minister heeft echter niet binnen deze termijn beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gelet op de overschrijding van de wettelijke bovengrens van 21 maanden, stelt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van vier weken vast, uitgaande van het '8+8 wekenmodel' en rekening houdend met het opvolgende karakter van het beroep. Bij overschrijding van deze termijn moet de minister een dwangsom van €100 per dag betalen, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van het opvolgende beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.