Eiseres heeft beroep ingesteld tegen twee door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende omgevingsvergunningen voor het wijzigen van de indeling, het maken van constructieve doorbraken, het plaatsen van trappen en een extra bouwlaag ten behoeve van vijf nieuwe woningen. De rechtbank oordeelt dat het college de vergunningen terecht heeft verleend, waarbij de parkeerbehoefte correct is vastgesteld en de huurovereenkomsten voor parkeerplaatsen binnen de toegestane afstand liggen.
De rechtbank stelt vast dat het bouwplan binnen de maximale bouwhoogte van het bestemmingsplan blijft en dat de gevolgen voor bezonning reeds bij het bestemmingsplan zijn afgewogen. Het college mocht zich baseren op het positieve welstandsadvies, aangezien eiseres geen concrete aanwijzingen voor twijfel aan de zorgvuldigheid van het advies heeft gegeven.
Beroepsgronden over stikstofonderzoek stuiten af op het relativiteitsvereiste, omdat eiseres onvoldoende belang heeft bij de bescherming van het Natura 2000-gebied. Privaatrechtelijke belemmeringen en bezwaren over de uitvoering van de vergunning zijn in deze procedure niet aan de orde. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst het griffierecht toe aan het college.