ECLI:NL:RBDHA:2026:3478

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
22 februari 2026
Zaaknummer
C/09/689424 / FA RK 25-5813
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 RvArt. 798 RvArt. 10:100 BWArt. 10:101 BWArt. 10:105 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erkenning en adoptie na onzorgvuldig draagmoederschapstraject met anonieme eiceldonor

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen familierechtelijke betrekkingen en adoptie van een minderjarige geboren uit een draagmoederschapstraject in Oekraïne met een anonieme eiceldonor.

De wensouders, gehuwd en woonachtig in Nederland, volgden een draagmoederschapstraject via een Spaanse kliniek en Oekraïense draagmoeder. De man erkende het ongeboren kind bij het Duitse consulaat. De Oekraïense rechtbank beëindigde het ouderschap van de draagmoeder en stelde het ouderschap van de wensouders vast, welke beslissing ook door een Duitse rechtbank werd erkend.

De rechtbank oordeelde dat het draagmoederschapstraject onzorgvuldig was, met name vanwege de anonieme eiceldonor, en dat de Oekraïense en Duitse beslissingen niet in Nederland erkend kunnen worden wegens strijd met de openbare orde. Wel werd het verzoek tot adoptie door de vrouw toegewezen, het gezag over de minderjarige aan de man toegekend en de wensouders benoemd tot voorlopige voogden. Tevens werden geboortegegevens vastgesteld en latere vermeldingen op de geboorteakte gelast.

De rechtbank benadrukte het belang van het kind en de feitelijke situatie waarin het kind in Nederland bij de wensouders verblijft, ondanks het onherroepelijk ontbreken van erkenning van de buitenlandse beslissingen. De adoptie en gezagsregeling zorgen voor juridische duidelijkheid en bescherming van het kind.

Uitkomst: De rechtbank wijst erkenning van buitenlandse familierechtelijke beslissingen af wegens onzorgvuldig draagmoederschapstraject, wijst adoptie toe en regelt voogdij en gezag over de minderjarige.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5813
Zaaknummer: C/09/689424
Datum beschikking: 22 januari 2026
Erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen familierechtelijke betrekkingen en adoptie
Beschikkingop het op 17 juli 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de vrouw]
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.C. Bouma te Amsterdam.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Lagerwerf te ’s-Gravenhage.
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
hierna te noemen: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- een F9-formulier van 15 augustus 2025, met bijlage, van de vrouw;
- een F9-formulier van 28 augustus 2025, met bijlage, van de vrouw;
- een F9-formulier van 23 oktober 2025, met bijlage, van de man;
- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 11 december 2025;
- de brief van 11 december 2025 van de ambtenaar.
- een F9-formulier van 16 december 2025 van de vrouw, houdende een aanvullend
verzoekschrift.
Op 18 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld in combinatie met het verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen (C/09/672544 en C/09/684166). Hierbij zijn verschenen: partijen met hun advocaat alsmede [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Tevens waren aanwezig J. van Nielen, tolk Engels, voor de man en K. Fourmon-Kortijk, tolk Frans, voor de vrouw. Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd.
Feiten
 De man en de vrouw (hierna ook: de wensouders) zijn gehuwd op [datum] 2010 te [plaats] , [land 1] .
 De man is Burger van de Bondsrepubliek Duitsland en de vrouw heeft de Franse nationaliteit.
 De wensouders konden hun kinderwens niet op eigen kracht realiseren. Zij hebben gekozen voor hoogtechnologisch draagmoederschap in Oekraïne via de Spaanse Agency Interfertility.
 De draagmoeder is [draagmoeder] , geboren op [geboortedatum 1] 1989. De draagmoeder heeft de Oekraïense nationaliteit en is ongehuwd.
 De wensouders hebben op 8 april 2024 met de draagmoeder een draagmoederschapsovereenkomst gesloten.
 De draagmoeder is na een ivf-behandeling door fertiliteitscentrum Ivmed te Kiev, Oekraïne, in verwachting geraakt. Er is een embryo bij de draagmoeder geplaatst, waarbij gebruik is gemaakt van een zaadcel van de man en een eicel van een onbekende eiceldonatrice, zoals blijkt uit de verklaring van Ivmed van 7 juli 2022.
 Op 3 januari 2023 heeft de man bij notariële akte het ongeboren kind bij het Duitse consulaat te Amsterdam erkend.
 Op [geboortedatum 2] 2023 is te [geboorteplaats 1] , [land 2] , uit de draagmoeder geboren [minderjarige] . Op de Oekraïense geboorteakte van [minderjarige] , opgemaakt op 16 maart 2023 en voorzien van een apostille, staan de wensouders als de ouders van [minderjarige] vermeld.
 Op 20 maart 2023 heeft de draagmoeder bij notariële akte ingestemd met de erkenning van het vaderschap door de man. Deze akte betreft tevens een ‘Sorgeerklärung’, waarin de draagmoeder verklaart dat zij gezamenlijk met de man het gezag uitoefent. Ook heeft de draagmoeder de man in deze akte gemachtigd om alle beslissingen ten aanzien van [minderjarige] te nemen.
 Op 18 april 2023 heeft de draagmoeder bij notariële akte verklaard dat de achternaam van [minderjarige] ‘ [geslachtsnaam 1] ’ is
 Bij beslissing van 16 mei 2023 van de rechtbank van het district Bila Tserkva, regio Kiev, Oekraïne, is het ouderschap van de draagmoeder beëindigd en het ouderschap van de wensouders vastgesteld.
 De draagmoeder heeft ten overstaan van de notaris op 13 juli 2023 verklaard dat zij vrijwillig draagmoeder is geweest voor de wensouders.
 Bij beslissing van de Ambtsgericht Aachen Familiengericht van 7 juni 2024 is de beslissing van de Oekraïense rechtbank van 16 mei 2023 erkend.
 Uit DNA-onderzoek volgt dat het praktisch is bewezen dat de man de biologische vader is van [minderjarige] .
 Op 8 juni 2023 hebben de wensouders een Duits paspoort voor [minderjarige] gekregen.
 De wensouders verzorgen [minderjarige] sinds zijn geboorte.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank:
bij tussenbeschikking:
I. bij wege van voorlopige voorziening de vrouw en de man tijdelijk met de voogdij over [minderjarige] belast;
II. bepaalt dat de man, binnen vier weken na de in dezen te wijzen tussenbeschikking, de beslissing van 16 mei 2023 van het district Bila Tserkva, regio Kiev, Oekraïne voorzien van de vereiste apostille in het geding dient te brengen.
primair:
III. voor recht verklaart dat de beslissing van 16 mei 2023 van het district Bila Tserkva, regio Kiev, Oekraïne, waarbij de familierechtelijke betrekkingen tussen [minderjarige] en de draagmoeder zijn beëindigd en de familierechtelijke betrekkingen tussen [minderjarige] en de wensouders zijn vastgesteld van rechtswege in Nederland wordt erkend.
IV. bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking alsook van voornoemde Oekraïense beslissing zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van de buitenlandse beslissing van 16 mei 2023 van het district Bila Tserkva, regio Kiev, Oekraïne en het gezamenlijk gezag van de man en de vrouw over [minderjarige] ;
subsidiair:
V. voor recht verklaart dat de beslissing van 7 juni 2024 van de Amtsgericht
Aachen Familiengericht (Duitsland), waarbij de beslissing van 16 mei 2023 van
het district Bila Tserkva, regio Kiev, Oekraïne, waarbij de familierechtelijke
betrekkingen tussen [minderjarige] en de draagmoeder, [draagmoeder] , zijn beëindigd en de familierechtelijke betrekkingen tussen [minderjarige] en de wensouders zijn vastgesteld, is erkend, van rechtswege in Nederland wordt erkend;
VI. bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is
gegaan, een afschrift van deze beschikking alsook van voornoemde Duitse
beslissing zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te
doen van de buitenlandse beslissing van de Amtsgericht Aachen Familiengericht
van 7 juni 2024 en het gezamenlijk gezag van de man en de vrouw over [minderjarige] ;
meer subsidiair:
VII. de geboortegegevens van de minderjarige als volgt vaststelt:
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam 2]
Voornamen : [voornamen 1]
Dag van geboorte : [geboortedatum 2] 2023
Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , [land 2]
Geslacht : mannelijk
Geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam 2]
Voornamen moeder : [voornamen 2]
Geboortedatum moeder : [geboortedatum 1] 1989
Geboorteplaats moeder : [geboorteplaats 2] , [land 2]
en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente] gelast
de geboortegegevens in te schrijven;
onder de voorwaarde dat het verzoek tot adoptie, zoals gedaan onder XII, wordt
toegewezen: voor recht verklaart dat de erkenning van de ongeboren vrucht
door de man bij het consulaat-generaal van de Bondsrepubliek Duitsland te
Amsterdam d.d. 3 januari 2023, daarbij in aanmerking nemende de op 20 maart
2023 bij de Oekraïense notaris opgemaakte “Zustimmungserklärung zu einer
Vaterschaftsanerkennung”, waarin de draagmoeder toestemming heeft gegeven
voor de erkenning, in Nederland van rechtswege wordt erkend, waaruit volgt dat
de man de juridisch ouder is van [minderjarige] ;
onder de voorwaarde dat het verzoek tot adoptie, zoals gedaan onder XII, wordt
toegewezen: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente]
gelast een latere vermelding van de erkenning van [minderjarige] op 20 maart 2023 door de man, evenals een latere vermelding van de wijziging van de geslachtsnaam op 18 april 2023 in [geslachtsnaam 1] , aan de nog op te maken geboorteakte toe te voegen;
onder de voorwaarde dat het verzoek tot adoptie, zoals gedaan onder XII, wordt
toegewezen: het ouderlijke gezag van de draagmoeder over [minderjarige] beëindigt en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaart;
onder de voorwaarde dat het verzoek tot adoptie, zoals gedaan onder XII, wordt
toegewezen: bepaalt dat de man wordt belast met de uitoefening van het ouderlijk gezag over [minderjarige] ;
de adoptie uitspreekt van [minderjarige] door de vrouw;
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente] gelast een latere vermelding van de adoptie aan de nog op te maken geboorteakte toe te voegen;
verstaat dat de man en de vrouw met ingang van de datum waarop de beslissing aangaande de adoptie onherroepelijk is geworden gezamenlijk zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
De man refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Rechtsmacht
Nu de man en de vrouw in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
De positie van de draagmoeder
De draagmoeder kan in beginsel als belanghebbende als bedoeld in artikel 798 Rv Pro worden aangemerkt. Gelet op de verklaring van de draagmoeder dat zij vrijwillig als draagmoeder voor de wensouders is opgetreden en dat zij de man heeft gemachtigd alle beslissingen omtrent [minderjarige] te nemen, zal de rechtbank de draagmoeder niet als belanghebbende aanmerken en verdere oproeping achterwege laten. Om deze reden zal de rechtbank ook geen afschrift van de uitspraak aan de draagmoeder toesturen.
Verzoeken onder I. en II. tijdelijke voogdij en overleggen originele beslissing
Tijdelijke voogdij
Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot voorziening in de tijdelijke voogdij over [minderjarige] .
De vrouw heeft verzocht haar samen met de man bij wege van voorlopige voorziening (tijdelijk) met de voogdij over [minderjarige] te belasten. Daarbij heeft de vrouw de rechtbank verzocht om gebruik te maken van de ambtshalve bevoegdheid om te voorzien in het gezag indien de rechtbank van oordeel is dat de vrouw niet ontvangen kan worden in haar verzoek.
Zoals uit het navolgende zal blijken is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van het door de wensouders gevolgde draagmoederschapstraject sprake is van een onzorgvuldig traject.
Daar staat tegenover dat [minderjarige] nu in Nederland verblijft bij de wensouders, terwijl zij nog niet worden erkend als ouder dan wel als adoptiefouder van [minderjarige] . Er is ook nog niet bij (onherroepelijke) einduitspraak beslist dat [minderjarige] onder gezag staat van (één van) de wensouders. In het gezagsregister is geen aantekening betreffende het kind opgenomen. Dit maakt dat [minderjarige] – totdat de onderhavige uitspraak inzake de adoptie en het gezag onherroepelijk is geworden – in Nederland verblijft terwijl nog niet is beslist wie het gezag over hem uitoefent en er ook niet op wettige wijze in de voogdij is voorzien. Belangrijke zaken omtrent het kind kunnen nu niet worden geregeld.
In het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om, ondanks het onzorgvuldige traject, in de voogdij over [minderjarige] te voorzien. Het is immers een voldongen feit dat [minderjarige] nu in Nederland bij de wensouders verblijft. Nu op grond van de in de procedure overgelegde stukken aannemelijk is gemaakt dat de wensouders [minderjarige] sinds zijn geboorte verzorgen en opvoeden en dat de man de biologische vader is van [minderjarige] , zullen de wensouders, tot het onherroepelijk worden van de overige in deze beschikking genomen beslissingen, tot voogd over [minderjarige] worden benoemd. Deze beslissing is naar zijn aard tijdelijk, nu door het onherroepelijk worden van deze uitspraak in het gezag zal zijn voorzien.
Overleggen originele beslissing
Op de zitting heeft de man de originele beslissing van 16 mei 2023 van de rechtbank van het district Bila Tserkva, regio Kiev, Oekraïne, voorzien van een apostille, overgelegd, zodat op dit verzoek niet hoeft te worden beslist.
Primaire verzoeken onder III. en IV.: verklaring voor recht ten aanzien van de Oekraïense rechterlijke uitspraak en het gelasten tot opname hiervan in het gezagsregister en de subsidiaire verzoeken onder V. en VI.: verklaring voor recht ten aanzien van de Duitse rechterlijke uitspraak en het gelasten tot opname hiervan in het gezagsregister
Toepasselijk recht
Nu wordt verzocht om voor recht te verklaren dat ofwel de beslissing van 16 mei 2023 van de rechtbank van het district Bila Tserkva, regio Kiev, Oekraïne, ofwel de beslissing van 7 juni 2024 van de Ambtsgericht Aachen Familiengericht, waarbij de Oekraïense beslissing van 16 mei 2023 van de rechtbank van het district Bila Tserkva, regio Kiev, Oekraïne is erkend, van rechtswege in Nederland wordt erkend en te gelasten dat de Oekraïense dan wel de Duitse beslissing en de in deze te wijzen beschikking zullen worden ingeschreven in het Nederlandse gezagsregister, zal de rechtbank het Nederlandse recht toepassen.
Artikel 10:100 lid 1 BW Pro bepaalt dat een buitenslands tot stand gekomen onherroepelijke rechterlijke beslissing waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld of gewijzigd, in Nederland van rechtswege wordt erkend, tenzij:
(…)
c. de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.
De wensouders hebben een draagmoederschapstraject gevolgd waarvoor een commerciële kliniek in Spanje is ingeschakeld. Het draagmoederschapstraject heeft in Oekraïne plaatsgevonden. De eiceldonatrice is anoniem gebleven en met haar is geen overeenkomst gesloten. De draagmoeder is Oekraïense. Zoals de Raad voor de Kinderbescherming ook heeft aangeven in zijn rapport, zijn de wensouders weinig kritisch geweest op het proces rond de totstandkoming van de zwangerschap en hebben zij in Nederland geen voorlichting en counseling ten aanzien van draagmoederschap gevolgd/ontvangen voordat zij het traject in gang hebben gezet. Ook hierdoor hebben de wensouders, gedreven door hun kinderwens, keuzes gemaakt die als onwenselijk voor het kind worden beschouwd.
Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op het voorgaande sprake geweest van een onzorgvuldig traject, met name gelet op het feit dat de eiceldonatrice anoniem is gebleven. Het is onwenselijk en tegen het belang van het kind dat een dergelijk traject wordt ingezet. Kinderen die uit dit traject worden geboren zullen zeer waarschijnlijk nooit kunnen achterhalen van wie zij in de vrouwelijke lijn afstammen.
De rechtbank is van oordeel dat de beslissing van 16 mei 2023 van de rechtbank van het district Bila Tserkva, regio Kiev, Oekraïne, waarbij het ouderschap van de draagmoeder is beëindigd en het ouderschap van de wensouders is vastgesteld – gelet op het onzorgvuldige draagmoederschapstraject en in lijn met de jurisprudentie van deze rechtbank – wegens strijd met de Nederlandse openbare orde niet in Nederland kan worden erkend.
Ten aanzien van de Duitse beslissing van 7 juni 2024, waarbij deze Oekraïense uitspraak is erkend, is de rechtbank van oordeel dat deze eveneens wegens strijd met de Nederlandse openbare orde niet kan worden erkend. Het kan immers niet zo zijn dat een beslissing van een buitenlandse rechter (in dit geval de Duitse rechter) waarin een andere buitenlandse beslissing (in dit geval de Oekraïense rechter) die in Nederland niet wordt erkend wegens strijd met de openbare orde– via een omweg – alsnog wordt erkend.
Dit betekent dat de verzoeken onder III., IV., V. en VI. worden afgewezen.
De meer subsidiaire verzoeken
Opmerking vooraf
De vrouw heeft het merendeel van de meer subsidiaire verzoeken gedaan onder de voorwaarde dat het verzoek tot adoptie van [minderjarige] door de vrouw wordt toegewezen. Zoals hierna blijkt zal dit verzoek worden toegewezen, zodat de rechtbank ook toekomt aan de behandeling van de overige meer subsidiaire verzoeken.
Het verzoek onder VII.: vaststellen geboortegegevens
Toepasselijk rechtNu het gaat om het vaststellen van de noodzakelijke gegevens voor het opmaken van de geboorteakte van [minderjarige] die in de Nederlandse registers moet worden ingeschreven, acht de rechtbank Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
Op grond van artikel 1:25c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar de rechtbank Den Haag de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
a. die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;
b. die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000;
c. op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
Op grond van artikel 1:25c lid 2 BW houdt de rechtbank rekening met alle bewijzen en aanwijzingen omtrent de omstandigheden waaronder en het tijdstip waarop de geboorte moet hebben plaatsgehad. De geslachtsnaam, de voornamen, alsmede de plaats en de dag van de geboorte van de vader en van de moeder worden vastgesteld, voor zover daarvoor aanwijzingen zijn verkregen.
Inhoudelijk
[minderjarige] heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Ook heeft [minderjarige] niet de asielstatus zoals genoemd onder artikel 1:25c lid 1 onder b BW. Daarom kan de vrouw alleen in haar verzoek tot vaststelling van de geboortegegevens worden ontvangen op de grond dat een latere vermelding aan de akte van geboorte van [minderjarige] moet worden toegevoegd (art. 1:25c lid 1 onder c BW).
Nu de rechtbank – zoals hierna zal blijken – de verzoeken ten aanzien van de erkenning en adoptie zal toewijzen, is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 1:25c lid 1 onder c BW. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek tot vaststelling van de geboortegegevens van [minderjarige] .
Met betrekking tot [minderjarige] is in [land 2] een geboorteakte opgemaakt waarop de wensouders als ouders zijn aangemerkt. Niet in geschil is dat deze akte is opgemaakt door een daartoe bevoegde instantie. De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak de buitenlandse geboorteakte die in strijd is met de Nederlandse openbare orde niet kan worden erkend in Nederland. Het feit dat de wensouders op de geboorteakte staan vermeld als ouders van [minderjarige] staat de inschrijving van de akte in de Nederlandse registers in de weg. Dit betekent dat er van [minderjarige] geen voor inschrijving in de Nederlandse registers vatbare geboorteakte kan worden overgelegd of verkregen.
De rechtbank zal eerst beoordelen tot wie [minderjarige] ten tijde van zijn geboorte in familierechtelijke betrekking is komen te staan.
Of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren, wordt op grond van artikel 10:99 BW Pro bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en het kind of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de draagmoeder de Oekraïense nationaliteit heeft. Naar Oekraïens recht verkrijgt een kind het Oekraïense staatsburgerschap door afstamming indien ten minste één van zijn ouders – de moeder of de vader – op het tijdstip van de geboorte van het kind dat staatsburgerschap bezit. De draagmoeder en [minderjarige] hadden op het moment van zijn geboorte dus deze nationaliteit gemeenschappelijk.
De rechtbank stelt vast dat op grond van het Oekraïense recht [minderjarige] ten tijde van zijn geboorte in familierechtelijke betrekkingen is komen te staan tot de draagmoeder als moeder.
De ambtenaar heeft in zijn brief van 11 december 2025 voor wat betreft de wijze van het vaststellen van de geboortegegevens van [minderjarige] een voorstel gedaan. De wensouders hebben aangegeven met deze wijze van vaststellen in te kunnen stemmen. Gelet hierop – en nu hiervoor voldoende aanwijzingen zijn verkregen – zal de rechtbank overeenkomstig het niet weersproken advies van de ambtenaar de geboortegegevens van [minderjarige] vaststellen.
Uit artikel 1:25f BW volgt dat de ambtenaar van de beschikking ten aanzien van de vaststelling van de geboortegegevens van [minderjarige] een akte van inschrijving opmaakt die geldt als een akte van geboorte in de zin van artikel 1:19 BW Pro. Het verzoek van de vrouw om de ambtenaar te gelasten dit te doen, zal de rechtbank dan ook bij gebrek aan belang afwijzen.
Verzoek onder VIII. en IX.: verklaring voor recht met betrekking tot de erkenning van de ongeboren vrucht door de man en het gelasten van de ambtenaar tot het plaatsen van een latere vermelding
Toepasselijk recht
Nu wordt verzocht om voor recht te verklaren dat de erkenning van de ongeboren vrucht door de man voor erkenning in aanmerking komt en daarvan een latere vermelding wordt gemaakt op een akte die voorkomt in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand, zal de rechtbank Nederlands recht toepassen.
Op grond van het bepaalde in artikel 10:100 lid 1 BW Pro wordt een buitenlands tot stand gekomen onherroepelijke rechterlijke beslissing waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld of gewijzigd in beginsel in Nederland erkend, tenzij a) er voor de rechtsmacht kennelijk onvoldoende aanknoping bestond met de rechtssfeer van dat land, b) aan die beslissing kennelijk geen of geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of c) de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.
In artikel 10:101 lid 1 BW Pro is, voor zover hier van belang, de in artikel 10:100 lid Pro 1, onder b en c, BW opgenomen erkenningsregeling van overeenkomstige toepassing verklaard op buitenlands tot stand gekomen rechtsfeiten of rechtshandelingen, waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte.
Inhoudelijk
Uit de stukken blijkt dat de man op 3 januari 2023 bij notariële akte het toen nog ongeboren kind bij het Duitse consulaat te Amsterdam heeft erkend en dat de (draag)moeder heeft ingestemd met deze erkenning. Beoordeeld dient te worden of de aldus tot stand gekomen familierechtelijke betrekkingen kunnen worden erkend op grond van artikel 10:101 juncto Pro 10:100 BW.
De ambtenaar heeft schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.
De rechtbank overweegt als volgt. Niet gesteld of gebleken is dat de akte van erkenning niet zou zijn opgemaakt door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften als bedoeld in artikel 10:101 lid 1 BW Pro. Evenmin is gebleken dat is voldaan aan een van de weigeringsgronden in artikel 10:100 lid 1 sub b of Pro sub c jo. artikel 10:101 lid 2 BW Pro. Dat betekent dat de erkenning van de ongeboren vrucht waarvan de draagmoeder zwanger was door de man van rechtswege wordt erkend in Nederland. De rechtbank zal de ambtenaar daarom gelasten een latere vermelding van de erkenning op 3 maart 2023 door de man aan de (nog op te maken) geboorteakte van [minderjarige] toe te voegen.
Verder blijkt uit een notariële akte van 18 april 2023 dat de draagmoeder heeft verklaard dat [minderjarige] de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam 1] ’ zal hebben. Deze naamvaststelling dient op grond van artikel 10:24 BW Pro in Nederland te worden erkend. De rechtbank zal daarom het verzoek tot het plaatsen van een latere vermelding op de op te maken geboorteakte van [minderjarige] met betrekking tot de geslachtsnaam toewijzen.
Het verzoek onder X. en XI. beëindiging gezag draagmoeder en belasten man met eenhoofdig gezag over [minderjarige]
Ontvankelijkheid
De vrouw verzoekt het gezag van de draagmoeder te beëindigen en de man met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten. De vrouw acht het in het belang van [minderjarige] om de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. De man beslist samen met de vrouw over de opvoeding van [minderjarige] . Er is nooit een basis of intentie geweest voor de uitoefening van het gezag door de draagmoeder.
Hoewel de vrouw (nog) niet in familierechtelijke betrekkingen tot [minderjarige] staat, zij ten tijde van de indiening van het verzoek nog niet belast was met de voorlopige voogdij over [minderjarige] , en dus nog geen (vorm van) gezag over hem uitoefende, gaat de rechtbank hieraan voorbij omdat de vrouw in deze beschikking met de voogdij wordt belast. Daarbij neemt de rechtbank ook mee dat de man zich ten aanzien van dit verzoek heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Hieruit leidt de rechtbank af dat de man dit verzoek ook heeft willen doen, althans dat hij beoogt het gezag van de draagmoeder te beëindigen en zelf met het gezag over [minderjarige] te worden belast. De rechtbank zal de vrouw daarom ontvangen in haar verzoek.
Toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot voorziening in het gezag over [minderjarige] .
Inhoudelijk
[minderjarige] heeft de Duitse nationaliteit. Naar Duits recht worden minderjarige kinderen vertegenwoordigd door beide ouders gezamenlijk als zij getrouwd zijn of bevestigd hebben het ouderlijk gezag gezamenlijk uit te oefenen (zie §§ 1626 en 1626a lid 1 BGB).
De moeder is in alle andere gevallen de wettelijke vertegenwoordiger (zie § 1626a lid 3 BGB). In dit geval heeft de draagmoeder op 20 maart 2023 ten overstaan van de notaris verklaard dat zij samen met de man het gezag over [minderjarige] uitoefent. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de man en de draagmoeder gezamenlijk zijn belast met het gezag over [minderjarige] .
Het gezamenlijk gezag kan op grond van artikel 1:253n BW worden beëindigd bij gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Als één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Van toepassing is het in artikel 1:251a BW vermelde criterium dat er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen dan wel dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt.
De rechtbank is van oordeel dat het anderszins in het belang van [minderjarige] is dat de man met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] wordt belast. Dit omdat het nooit de intentie van de draagmoeder is geweest om voor [minderjarige] te zorgen. De zorg en opvoeding van [minderjarige] ligt sinds zijn geboorte bij de wensouders. Het ligt dan ook in de rede dat de man (nu de vrouw nog niet in familierechtelijke betrekkingen tot [minderjarige] staat) met het eenhoofdig gezag over hem wordt belast. De rechtbank wijst de verzoeken daarom toe. De rechtbank zal deze beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dit omdat de man en de vrouw het niet eens zijn over in welk land [minderjarige] zal opgroeien. Hierover zal in de echtscheidingsprocedure een beslissing worden genomen.
De verzoeken onder XII., XIII. en XIV. adoptie, latere vermelding en gezamenlijk gezag
Op grond van artikel 10:105 lid 1 BW Pro is op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens het tweede lid, het Nederlandse recht van toepassing. Op grond van 10:105 lid 2 BW is het Oekraïense recht van toepassing op de toestemming dan wel de raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind.
De minderjarige is geboren uit een door de man en de vrouw gestart draagmoederschapstraject. De rechtbank zal in deze beschikking de man met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] belasten.
De man en de vrouw zijn getrouwd op [datum] 2010 te [plaats] , [land 1] . Inmiddels is een verzoek tot echtscheiding ingediend. Partijen leven niet meer samen sinds juli 2024. Dit betekent dat de man en de vrouw niet tenminste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd. De vrouw stelt zich op het standpunt dat dit niet tot gevolg mag hebben dat het verzoek tot adoptie wordt afgewezen. Zij beroept zich op een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 1 november 2023 (ECLI:NL:RBOBR:2023:5557). In navolging van deze uitspraak zal de rechtbank de vrouw in haar verzoek tot adoptie ontvangen om de volgende reden.
De adoptie is in het Nederlandse recht geïntroduceerd als maatregel van kinderbescherming. Die bescherming wordt geboden door de duurzame band tussen het kind en de adoptiefouder rechtens te erkennen. Uit de hiervoor genoemde vereisten vloeit voort dat stiefouderadoptie is gericht op het opgroeien van het kind in het gezin van de ouder en stiefouder. Met de eis van een minimum samenlevingstermijn heeft de wetgever het oog gehad op een zekere bestendigheid van het gezin waarin het kind terechtkomt (MvT,
Kamerstukken II, 2005/06, 30551, nr. 3). De rechtbank stelt vast dat [minderjarige] sinds zijn geboorte door de vrouw en de man wordt verzorgd en opgevoed en dat het de bedoeling is geweest dat [minderjarige] in dit gezin zou opgroeien. Dat nu sprake is van een echtscheidingsprocedure maakt niet dat [minderjarige] niet door zowel de man als de vrouw zal worden verzorgd en opgevoed. Zij dragen nog steeds samen de zorg voor [minderjarige] . Er is daarom sprake van een duurzame band die zich ook na de echtscheiding zal voortzetten.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het vasthouden aan een minimum samenlevingseis als bedoeld in de wet, in het onderhavige geval geen enkel rechtens te beschermen belang dient, omdat sinds de geboorte van [minderjarige] sprake is van een bestendige situatie. De rechtbank gaat daarom voorbij aan voormelde samenlevingseis.
De vrouw heeft met de man sinds de geboorte van [minderjarige] en dus gedurende ten minste één jaar [minderjarige] verzorgd en opgevoed.
Hoewel zich bij de stukken geen schriftelijke verklaring van de draagmoeder van [minderjarige] bevindt, waarbij zij meedeelt akkoord te gaan met de adoptie van [minderjarige] ten gunste van de vrouw, gaat de rechtbank ervan uit dat de draagmoeder instemt met toewijzing van dit verzoek. De draagmoeder heeft immers nooit de intentie gehad om zelf voor [minderjarige] te zorgen. Zij heeft vrijwillig als draagmoeder voor de wensouders opgetreden en het was voor alle partijen duidelijk dat de wensouders [minderjarige] zouden verzorgen en opvoeden.
[minderjarige] is nog te jong om de gevolgen van de adoptie te begrijpen. De rechtbank gaat ervan uit dat de vrouw en de man [minderjarige] zullen voorlichten over zijn afstamming in de mate die past bij zijn leeftijd en peil van ontwikkeling.
De Raad heeft geadviseerd het verzoek tot adoptie toe te wijzen.
Nu aan de vereisten van de artikelen 1:227 en 1:228 BW – voor zover in deze zaak van toepassing – is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie toewijzen.
Er is niet verzocht om wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige] zodat [minderjarige] de geslachtsnaam [geslachtsnaam 1] behoudt.
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, lid 1, aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Latere vermelding adoptie
Het verzoek om een latere vermelding van de adoptie toe te voegen aan de op te maken geboorteakte van [minderjarige] wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, omdat dit al uit de wet volgt.
Gezamenlijk gezag
Uit de wet volgt dat na het onherroepelijk worden van de adoptiebeslissing de wensouders gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uitoefenen. De rechtbank zal in het dictum van deze beschikking – hoewel juridisch gezien niet noodzakelijk, maar voor alle duidelijkheid – verstaan dat de wensouders na het onherroepelijk worden van de adoptiebeslissing, gezamenlijk met het gezag zijn belast over [minderjarige] .
Beslissing
De rechtbank:
*
benoemt [de vrouw] , geboren op [geboortedatum 3] 1981 te [geboorteplaats 3] , [geboorteland 1] , en [de man] , geboren op [geboortedatum 4] 1971 te [geboorteplaats 4] , [geboorteland 2] , tot voogd over de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats 1] , [land 2] ,
en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
*
stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam 2]
Voornamen : [voornamen 1]
Geboortedatum : [geboortedatum 2] 2023
Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , [land 2]
Geslacht : m (mannelijk)
Geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam 2]
Voornaam moeder : [voornamen 2]
Geboortedatum moeder : [geboortedatum 1] 1989
Geboorteplaats moeder : [geboorteplaats 2] , [land 2]
*
verklaart voor recht dat de erkenning bij notariële akte van de ongeboren vrucht waarvan [draagmoeder] , geboren op [geboortedatum 1] 1989 te [geboorteplaats 2] , [land 2] , zwanger is, door [de man] , geboren op [geboortedatum 4] 1971 te [geboorteplaats 4] , [geboorteland 2] , gedaan op 3 januari 2023 op grond van artikel 10:101 BW Pro wordt erkend;
*
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage om een latere vermelding van de erkenning toe te voegen aan de nog op te maken vervangende geboorteakte van de minderjarige [minderjarige] ;
*
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage om een latere vermelding van de wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige] van ‘ [geslachtsnaam 2] ’ in ‘ [geslachtsnaam 1] ’ toe te voegen aan de nog op te maken vervangende geboorteakte van de minderjarige [minderjarige] ;
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de man, [de man] , geboren op [geboortedatum 4] 1971 te [geboorteplaats 4] , [geboorteland 2] , het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats 1], [land 2];
*
spreekt uit de adoptie van:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats 1] , [land 2] ,
door [de vrouw]
juridisch ouder naast: [de man] ;
*
bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;
*
verstaat dat na het onherroepelijk worden van deze beschikking [de vrouw] en [de man] gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uitoefenen;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.C. Olland, C.L. Strop en T.M. Coppes, rechters, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2026.