Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 3 juni 2025 waarin de minister werd opgedragen binnen twee weken te beslissen. Omdat de minister niet binnen deze termijn heeft beslist, is het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank constateert dat sinds de aanvraag meer dan 23 maanden zijn verstreken zonder inhoudelijke behandeling. Eiseres heeft hierdoor voor de derde keer beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen. De minister heeft geen verweerschrift ingediend en negeert de door de rechtbank opgelegde termijnen en dwangsommen.
De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn van twee weken op en verbindt daaraan een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 5 februari 2026.