Eiser, met de Malinese nationaliteit, diende op 22 november 2025 een asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 7 december 2025 niet-ontvankelijk omdat Canada als veilig derde land werd beschouwd. Tevens werd een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Eiser keerde op 12 december vrijwillig terug naar Mali en ambieert geen asiel meer in Nederland. De rechtbank oordeelt dat eiser geen belang meer heeft bij het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag, waardoor dit deel van het beroep niet-ontvankelijk is. Wel is het beroep tegen het inreisverbod ontvankelijk omdat eiser belang heeft bij de rechtmatigheid van dit besluit.
De rechtbank stelt vast dat het inreisverbod terecht is opgelegd op grond van artikel 66a van de Vreemdelingenwet 2000, ondanks de vrijwillige terugkeer van eiser. De stelling dat het inreisverbod onevenredig is omdat het reizen binnen de EU wordt beperkt, faalt. Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.