ECLI:NL:RBDHA:2026:338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis op basis van feitelijke gezinsband
Deze uitspraak betreft de afwijzing van de aanvraag van referent, [referent], om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn echtgenote (eiseres). De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen op grond van het ontbreken van een feitelijke gezinsband tussen referent en eiseres. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing en heeft verschillende beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank heeft de zaak beoordeeld en geconcludeerd dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen. De rechtbank heeft vastgesteld dat, hoewel er een rechtsgeldig huwelijk bestaat, eiseres niet heeft aangetoond dat er sprake is van een feitelijke gezinsband. De rechtbank heeft de argumenten van eiseres, waaronder de verwijzing naar eerdere jurisprudentie, niet gevolgd. De rechtbank oordeelt dat het aan eiseres is om aan te tonen dat er een feitelijke gezinsband bestaat, en dat het huwelijk op zich niet voldoende is om aan deze vereiste te voldoen. De rechtbank heeft ook overwogen dat de minister de aanvraag mag afwijzen als er geen werkelijk huwelijks- of gezinsleven wordt onderhouden. De rechtbank heeft het beroep van eiseres ongegrond verklaard, wat betekent dat de minister de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.