ECLI:NL:RBDHA:2026:338

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
NL25.11988
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis op basis van feitelijke gezinsband

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de aanvraag van referent, [referent], om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn echtgenote (eiseres). De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen op grond van het ontbreken van een feitelijke gezinsband tussen referent en eiseres. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing en heeft verschillende beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank heeft de zaak beoordeeld en geconcludeerd dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen. De rechtbank heeft vastgesteld dat, hoewel er een rechtsgeldig huwelijk bestaat, eiseres niet heeft aangetoond dat er sprake is van een feitelijke gezinsband. De rechtbank heeft de argumenten van eiseres, waaronder de verwijzing naar eerdere jurisprudentie, niet gevolgd. De rechtbank oordeelt dat het aan eiseres is om aan te tonen dat er een feitelijke gezinsband bestaat, en dat het huwelijk op zich niet voldoende is om aan deze vereiste te voldoen. De rechtbank heeft ook overwogen dat de minister de aanvraag mag afwijzen als er geen werkelijk huwelijks- of gezinsleven wordt onderhouden. De rechtbank heeft het beroep van eiseres ongegrond verklaard, wat betekent dat de minister de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.11988
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. J.A. Pieters),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.L.A. Berkelmans).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van referent, [referent] , om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis voor zijn echtgenote (eiseres). De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van een feitelijke gezinsband tussen referent en eiseres. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvraag voor een mvv heeft mogen afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Referent heeft op 25 juli 2022 een mvv-aanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 23 januari 2024 afgewezen. Daartegen is bezwaar gemaakt.
3. Op 18 september 2024 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar. Bij uitspraak van 7 februari 20251 van deze rechtbank is dat beroep gegrond verklaard en is vanwege het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift door de minister een dwangsom vastgesteld op € 1.442,-. Daarnaast is bepaald dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee de beslistermijn op het bezwaar wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,-.
1. Zaaknummer: NL24.36488.
4. Met het bestreden besluit van 17 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
4.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
4.2.
De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eiseres en A. Ben Mohammed als tolk.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
5. Referent heeft verklaard dat eiseres en hij elkaar al hun hele leven kennen. Sinds 2010 zijn ze aan elkaar beloofd. Omstreeks 2013/2014 is referent uit Syrië vertrokken. Op [datum huwelijk] 2019 zijn ze via een videoverbinding getrouwd. Dit wordt door de minister niet betwist. Hiermee is volgens de minister echter niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent, waardoor de mvv-aanvraag is afgewezen.

Wat voert eiseres aan?

6. Eiseres voert aan dat sprake is van een feitelijke gezinsband en dat de mvv-aanvraag ten onrechte is afgewezen. Niet in geschil is dat eiseres en referent getrouwd zijn. Dit is voldoende om aan te nemen dat een gezinsband bestaat. Eiseres wijst op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 27 juni 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2151), waaruit volgt dat bij een huwelijk wordt voldaan aan de vereisten van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Ook volgt hieruit dat geen sprake hoeft te zijn geweest van samenwonen. In dit kader wijst eiseres ook op de uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:455). De minister stelt ten onrechte dat het, ondanks het niet betwiste huwelijk, aan eiseres is om aannemelijk te maken dat sprake is van een feitelijke gezinsband. Dit is enkel het geval wanneer sprake is van een vermoeden van een schijnhuwelijk, wat in geval van eiseres niet aan de orde is. Daarom is voldaan aan de voorwaarden. Subsidiair voert eiseres aan dat sprake is van een gedwongen vluchtsituatie voor referent en dat ze daardoor in een gedwongen lange afstandsrelatie zitten. Zij kunnen geen andere invulling geven aan hun gezinsleven dan ze nu doen.

Wat is het juridisch kader?

7. Uit de Gezinsherenigingsrichtlijn volgt dat de minister de aanvraag mag afwijzen als de referent geen werkelijk huwelijks- of gezinsleven (meer) onderhoudt met het gezinslid of de gezinsleden.2 In geval van een nareizende huwelijkspartner, moet referent aannemelijk maken dat deze huwelijkspartner tot zijn of haar gezin behoorde op het moment van binnenkomst van referent.3
Wat is het oordeel van de rechtbank?
8. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat sprake is van een rechtsgeldig huwelijk tussen eiseres en referent. Verder is niet in geschil dat het peilmoment
2 Zie artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
3 Zie paragraaf C2/4 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
de datum van binnenkomst in Nederland van referent is. Eiseres en referent waren toen al getrouwd.
9. Het standpunt van eiseres dat met een huwelijk al is voldaan aan de voorwaarden voor nareis en dat de minister niet mag toetsen of er ook sprake is van een feitelijke gezinsband, volgt de rechtbank niet. Zoals hiervoor is overwogen, is het aan eiseres om aannemelijk te maken dat sprake is van een feitelijke gezinsband. Hoewel een huwelijk een sterke aanwijzing is dat sprake is van een feitelijke gezinsband, is dit niet zonder meer het geval. Uit de door eiseres aangehaalde jurisprudentie volgt niet dat dit bewijsvermoeden enkel ontkracht kan worden in geval dat aannemelijk wordt gemaakt dat sprake is van een schijnhuwelijk. In dit geval zijn het juist de geloofwaardige en betrouwbare verklaringen van eiseres en referent die maken dat, ondanks het huwelijk, twijfel zaaien over de vraag of sprake is van een feitelijke gezinsband.
10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres en referent, ondanks het feit dat er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk, niet aannemelijk hebben gemaakt dat en tijde van de binnenkomst van referent, sprake was van een feitelijke gezinsband. Hierbij heeft de minister in het bestreden besluit kunnen betrekken dat eiseres en referent elkaar voor het laatst in 2013/2014 fysiek hebben gezien, dat ze sinds 2018 alleen (telefonisch) contact hebben en dat ze nooit hebben samengewoond. Ook heeft de minister kunnen tegenwerpen dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van wederzijdse afhankelijkheid, in financiële of praktische zin. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat gezinshereniging is bedoeld voor herstel van het gezinsleven zoals dat bestond voor het vertrek van referent en dat nareis enkel is bedoeld voor het herstellen van een reeds bestaande gezinsband, niet voor het vormen daarvan. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van werkelijk huwelijks- of gezinsleven dat voor herstel in aanmerking komt. De beroepsgrond slaagt niet.
11. De rechtbank overweegt ten overvloede dat aan de oprechtheid van het huwelijk tussen eiseres en referent geen twijfel bestaat. De wens van eiseres en referent om samen te zijn is dan ook invoelbaar. Deze wens, hoe begrijpelijk ook, is echter niet voldoende om de minister te verplichten de aanvraag toe te wijzen.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister de aanvraag voor een mvv in het kader van nareis op goede gronden heeft afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 januari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.