ECLI:NL:RBDHA:2026:3372
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse vreemdeling wegens ongeloofwaardigheid en kennelijk ongegrondheid
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht op 15 april 2023 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij vreesde terugkeer vanwege bedreigingen door de Ogboni sekte, een geheime organisatie waarin zijn vader een hoge positie bekleedde. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 18 november 2025 af als kennelijk ongegrond, mede vanwege het ontbreken van geloofwaardige documenten en wisselende verklaringen over zijn identiteit en vertrekdatum.
De rechtbank behandelde het beroep op 11 februari 2026 en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria loopt. De verklaringen over de problemen met zijn oom en de Ogboni sekte werden als vaag, onduidelijk en wisselend beoordeeld. Ook werd het ontbreken van concrete bedreigingen na zijn vertrek meegewogen.
Daarnaast vond de rechtbank dat verweerder terecht het vermoeden mocht hebben dat eiser ter kwade trouw identiteitsdocumenten had vernietigd of verwijderd, mede door wisselende verklaringen en het niet tijdig aanvragen van nieuwe documenten. Het beroep op een regulier verblijfsrecht op grond van artikel 8 EVRM Pro werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van een beschermwaardig gezinsleven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M.A. Vinken op 19 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.