ECLI:NL:RBDHA:2026:3353

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
NL25.44615
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 september 2025 waarin zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep, mede gelet op berichten dat eiser op 10 augustus 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en dat de gemachtigde geen contact meer heeft met eiser sinds die datum.

Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Hierdoor ontbreekt het aan procesbelang voor een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier R. de Mul op 18 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.44615

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Bij brieven van 7 oktober 2025 en 21 oktober 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 10 augustus 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij berichten van 13 oktober 2025 en 26 oktober 2025 heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank meegedeeld dat zij geen contact meer heeft met eiser sinds hij met onbekende bestemming is vertrokken.
2. Gelet op deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. [1] Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 18 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.