Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:3286

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
C/09/645751 / FA RK 23-2584
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontzegging omgangsrecht vader met minderjarige kinderen wegens verstoorde verstandhouding en veiligheid

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder om het contact tussen de vader en hun vier minderjarige kinderen te ontzeggen. Na eerdere voorlopige voorzieningen en een echtscheidingsbeschikking waarbij contact onder begeleiding werd toegestaan, bleek uit rapportages van de betrokken instantie dat het contactherstel niet was geslaagd. De kinderen zijn bang voor de vader en voelen zich niet veilig tijdens contactmomenten.

De vader heeft een huisverbod en een contact- en gebiedsverbod opgelegd gekregen na incidenten van huiselijk geweld, welke tot februari 2026 van kracht zijn. De moeder heeft geen draagvlak voor contact met de vader, en ouderschapsbemiddeling is niet mogelijk zolang het contactverbod geldt. De rechtbank concludeert dat de kinderen gebaat zijn bij rust en hulpverlening om trauma's te verwerken.

De rechtbank acht het onwaarschijnlijk dat de vader deze rust zal respecteren en ontzegt hem daarom het recht op omgang met de kinderen. Het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorg- en contactregeling wordt afgewezen. De ontzegging geldt zonder termijn, maar een nieuw verzoek kan na een jaar of bij gewijzigde omstandigheden worden ingediend. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De rechtbank ontzegt de vader het recht op omgang met zijn minderjarige kinderen vanwege een verstoorde verstandhouding en veiligheidsoverwegingen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-2584
Zaaknummer: C/09/645751
Datum beschikking: 20 januari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 5 april 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Ekholm te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Abd Rabou te Hoofddorp.

Procedure

Deze rechtbank heeft op 8 mei 2023 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende:
- dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ([postcode]) te [plaats] – met inbegrip van de inboedel – en heeft mitsdien bevolen dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- dat de minderjarigen aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
- dat het contact tussen de man en de kinderen voorlopig in onderling overleg tussen de ouders en onder regie van de in het kader van het huisverbod betrokken hulpverlening zal plaatsvinden, waarbij de wijze van het contact, de frequentie van het contact en de duur van het contact door de ouders in onderling overleg en met behulp van de betrokken hulpverleners zal worden bepaald;
- dat de Raad voor de Kinderbescherming is verzocht een onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen in de onderhavige procedure.
Bij beschikking van 21 mei 2024 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder bepaald en is bepaald dat de kinderen en de vader onder begeleiding van [instantie]
voorlopigeenmaal in de twee weken twee uur (in eerste instantie begeleid) contact met elkaar hebben en dat deze zorgregeling naar bevinden van en onder regie van [instantie] verder kan worden uitgebreid, waarbij de opbouw, de wijze (begeleid dan wel onbegeleid), de duur en de frequentie van het contact door [instantie] nader zal worden bepaald. Verder is bepaald dat partijen de rechtbank informeren over het verloop van het traject bij [instantie] en dat [instantie] de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van het traject. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve zorgregeling en de proceskosten is aangehouden tot 1 februari 2025.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het e-mailbericht van [instantie] van 29 januari 2025, met bijlage;
- het bericht van 12 maart 2025 van de moeder;
- het e-mailbericht van [instantie] van 19 maart 2025, met bijlage;
- het bericht van 30 mei 2025 van de moeder;
- het bericht van 26 juni 2025 van de moeder;
- het bericht van 1 september 2025 van de vader;
- het bericht van 28 oktober 2025 van de vader;
- het bericht van 28 oktober 2025 van de moeder.
Op 9 december 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:. De moeder met haar advocaat en een tolk, de heer M. Suleman, de man met zijn advocaat en een tolk, mevrouw A. Polo, en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben in een gesprek met de rechter laten weten wat zij van het verzoek vinden.

Verzoek en verweer

De moeder heeft mondeling verzocht te bepalen dat het contact tussen de vader en kinderen wordt ontzegd, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt de vaststelling van een zorg- en contactregeling tussen de vader en de kinderen, in die zin dat:
- de kinderen eens per veertien dagen van zaterdag 12:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de vader verblijven, alsmede gedurende de helft van de (school)vakanties, feestdagen en vrije dagen;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de zorgregeling.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder is in 2018 vanuit [land] naar Nederland gevlucht. In november 2020 zijn de vader en de kinderen haar in het kader van gezinshereniging nagereisd. De moeder heeft gedurende het huwelijk verschillende keren aangifte gedaan van huiselijk geweld. Na de derde aangifte van de moeder is aan de vader een huisverbod opgelegd tot 27 april 2023. Op 15 augustus 2023 heeft er in de woning van de moeder een incident tussen partijen plaatsgevonden, waarna de vader onder toezicht van de reclassering is gesteld. Vervolgens zijn er een aantal (schorsende) voorwaarden aan de vader opgelegd, waaronder een contact- en gebiedsverbod. Op de zitting en uit de stukken is gebleken dat dit verbod tot februari 2026 loopt.
Bij echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 21 mei 2024 zijn partijen – zoals door de Raad in haar raadsrapport geadviseerd – doorverwezen naar [instantie] om het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen, nu zij al lange tijd geen omgang met elkaar hadden gehad. Het doel hiervan was om het contact tussen de vader en de kinderen onder regie van [instantie] zorgvuldig op te bouwen, waarbij de opbouw, de wijze, de duur en de frequentie door [instantie] zou worden bepaald. Uit het eindverslag van [instantie] van 19 maart 2025 blijkt echter dat het niet is gelukt om het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen. Gebleken is dat de kinderen erg bang zijn voor de vader en zij niet het gevoel hebben dat zij bij [instantie] op een veilige manier omgang met de vader kunnen hebben. Vanwege het contactverbod dat tot februari 2026 loopt, kan er tussen partijen geen ouderschapsbemiddeling plaatsvinden. Bovendien bestaat er bij de moeder geen draagvlak om met de vader contact te hebben nadat het contactverbod zal aflopen. Zolang er tussen partijen sprake is van een verstoorde verstandhouding, heeft [instantie] niet de verwachting dat de kinderen open zullen staan voor contact met de vader. Tot slot geeft [instantie] mee dat onderzocht kan worden of de kinderen baat zullen hebben bij individuele behandelingen om zo gebeurtenissen uit het verleden te verwerken en om te leren gaan met de angsten die zij hebben.
De rechtbank overweegt als volgt. In het verleden heeft er een raadsonderzoek plaatsgevonden, waarna via [instantie] is ingezet op contactherstel tussen de vader en de kinderen. Gebleken is echter dat de omgangsmomenten niet positief zijn verlopen. De kinderen zijn erg bang voor de vader en willen dan ook geen contact met hem. [instantie] heeft geconcludeerd dat er onder de huidige omstandigheden geen mogelijkheden zijn om het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen. Gelet op het voorgaande en het belaste verleden van de kinderen, is de rechtbank van oordeel dat de kinderen op dit moment gebaat zijn bij rust. Vanuit deze rust kan er voor de kinderen hulpverlening worden gezocht, zodat zij hun trauma’s kunnen verwerken. Uit de stukken en wat op de zitting is besproken, is gebleken dat de vader het als een groot onrecht ziet dat hij geen contact met zijn kinderen heeft. De vader leek zich er moeilijk bij neer te kunnen leggen dat er niet nog extra mogelijkheden gezocht zouden worden om tot contactherstel te komen. In dat licht heeft de rechtbank er geen vertrouwen in dat de vader de rust die de kinderen op dit moment nodig hebben, zal respecteren. Om deze reden ziet de rechtbank aanleiding om de vader het recht op omgang te ontzeggen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder dan ook toewijzen, onder gelijktijdige afwijzing van het verzoek van de vader om vaststelling van een zorgregeling.
De rechtbank verbindt geen termijnen aan de ontzegging. Een ontzegging van het recht op omgang tussen ouder en kind heeft namelijk volgens vaste jurisprudentie een in tijd beperkt karakter. In ieder geval kan na een periode van een jaar, of als de omstandigheden wijzigingen ook eerder, een nieuw verzoek tot vaststelling van de omgang worden ingediend (zie HR 27 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG5045).
Proceskosten
Gelet op het feit dat partijen ex-echtgenoten zijn en het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 21 mei 2024 – :
ontzegt de vader het recht op omgang met de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1], [land],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats 2], [land],
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats 2], [land],
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2017 te [geboorteplaats 2], [land];
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J.A. Olthoff als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026.