ECLI:NL:RBDHA:2026:3269

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
NL25.57410
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens beslissing op samenhangend beroep

Verzoekster heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 18 november 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is het eerder opgelegde terugkeerbesluit herhaald. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 11 februari 2026 behandeld, samen met het beroep. Tijdens de zitting waren verzoekster, haar waarnemer, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig.

Op 19 februari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep en dit ongegrond verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57410

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1], verzoekster,

V-nummer: [nummer 1],
mede namens haar minderjarige kind:
[naam 2],
V-nummer: [nummer 2]
(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. R.M. Koning).

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 18 november 2025 heeft de minister de opvolgende asielaanvraag van verzoekster afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij is het eerder aan haar opgelegde terugkeerbesluit herhaald. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld [1] en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 februari 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, mr. M.E. Buijsse als waarnemer van verzoeksters gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster, en dat beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL25.57409.