Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring die op 27 november 2025 aan hem is opgelegd. Hij betoogt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat de Egyptische autoriteiten niet reageren op de LP-aanvraag.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 12 januari 2026 getoetst en richt zich nu op de periode daarna. Uit het vertrekgesprek van 3 februari 2026 blijkt dat eiser niet meewerkt aan zijn terugkeer, onder meer door zijn paspoort niet op te vragen bij een vriend in Spanje, wat de uitzetting vertraagt.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van medewerking van eiser de oorzaak is van de vertraging en dat er geen aanwijzingen zijn dat de Egyptische autoriteiten niet meewerken. De ambtshalve toetsing bevestigt dat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.