Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 14 december 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij overschrijding van deze termijn moet de minister een dwangsom van € 100 per dag betalen, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.