ECLI:NL:RBDHA:2026:3074
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Syriër wegens ontbreken gegronde vrees voor gedwongen rekrutering en willekeurig geweld
Eiser, een Syriër die Syrië als kind verliet na het overlijden van zijn vader door een mortier, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij vreesde terugkeer vanwege de algemene onveilige situatie, militaire dienstplicht, gedwongen rekrutering door diverse groeperingen en het risico om als verrader te worden gezien vanwege zijn vader.
De minister wees de aanvraag af omdat de dienstplicht in Syrië is opgeheven na het vallen van het regime Assad en er geen concrete aanwijzingen zijn dat eiser persoonlijk risico loopt op gedwongen rekrutering. De minister baseerde zich op objectieve bronnen, waaronder het Algemeen Ambtsbericht Syrië 2025 en 2026, en stelde dat de veiligheidssituatie in Syrië is verbeterd met een relatief laag niveau van willekeurig geweld.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht concludeerde dat eiser geen gegronde vrees heeft voor gedwongen rekrutering of willekeurig geweld. Ook het overlijden van de vader van eiser en de vermeende status als verrader werden niet aannemelijk gemaakt als individuele risicofactoren. De rechtbank vond de motivering van de minister voldoende en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ontbreken van gegronde vrees.