3.3.Op 4 december 2021 heeft eiser een opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, omdat eiser van mening was dat de minister in de vorige asielprocedure ten onrechte niet geloofwaardig had geacht dat eiser biseksueel is. Die aanvraag is op 16 december 2022 afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser had volgens de minister met de brief van
Be Wise Buy Wiseniet aannemelijk gemaakt dat hij biseksueel is, omdat deze is geschreven door één of meerdere medewerker(s) van de organisatie waar eiser vrijwilligerswerk had verricht en daarmee is die brief niet afkomstig van een objectieve derde. Verder heeft de minister in die procedure aan eiser tegengeworpen dat hij in de eerste procedure niet over zijn gestelde partner [persoon B (naam 1)] had verklaard, hij in het eerste gehoor had verklaard dat hij een vriendin had genaamd [persoon C] en hij in het nader gehoor heeft verklaard dat zijn laatste homoseksuele relatie met [persoon A] was. Het onderzoeksrapport van LGBT Asylum Support dat eiser toen had overgelegd was ook onvoldoende om zijn biseksuele geaardheid te onderbouwen. Het daartegen ingestelde beroep is bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 23 augustus 2023 ongegrond verklaard.Deze uitspraak is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd op 15 september 2023.
Reden voor het indienen van de huidige opvolgende asielaanvraag
4. Op 26 september 2024 heeft eiser zijn vierde (huidige) asielaanvraag ingediend. Hij legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft verklaard dat hij homoseksueel is. Hij heeft een groei voor wat betreft zijn bewustzijn over zijn seksuele identiteit heeft doorgemaakt, omdat hij contact heeft gehad met diverse organisaties en hij een partner heeft. Hij heeft verklaard beter in staat te zijn om te spreken over zijn gevoelens en emoties die gepaard gaan met de ontdekking en ontwikkeling daarvan. Ter onderbouwing heeft eiser een brief van [persoon D] overgelegd waarin hij ingaat op situatie van eiser en op werkinstructie 2019/17. Verder heeft eiser twee gespreksverslagen van 29 mei 2024 en 24 juni 2024 overgelegd waarin eiser heeft gesproken over zijn homoseksuele geaardheid. Ook heeft eiser foto’s van zichzelf samen met [persoon B (naam 2)] [persoon B (naam 1)] en een verklaring van [persoon B (naam 2)] [persoon B (naam 1)] overgelegd. Concreet heeft eiser de volgende stukken overgelegd:
- Een brief van [persoon B (naam 2)] [persoon B (naam 1)] d.d. 10 augustus 2024;
- Een brief van [persoon E] van VluchtelingenWerk Nederland;
- Gespreksverslagen van [eiser] en [persoon F] d.d. 29 mei 2024 en 24 juni 2024;
- Een brief van [persoon D] van LGBT Asylum Support d.d. 17 september 2024;
- Een brief van [persoon D] voor herziening werkinstructie 2019/17, reactie op het antwoord van 12 juli 2024 d.d. 12 september 2024;
- Een van brief [persoon G] als reactie op de brieven van 16 april, 6 mei, 13 mei en 7 juni 2024 van [persoon D];
- Een brief van [persoon D] voor herziening werkinstructie 2019/17 d.d. 26 juni 2024;
- een brief van COC Amsterdam d.d. 8 september 2024;
- een brief van [persoon H] (New Dutch Connections) d.d. 23 september 2024.
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. homoseksuele gerichtheid.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. Eisers gestelde homoseksualiteit acht de minister echter niet geloofwaardig. De minister vindt namelijk dat het enkele feit dat eiser stelt nog steeds een relatie te hebben onvoldoende is. Eiser geeft geen nieuwe inzichten omtrent zijn relatie en hoe deze heeft bijgedragen aan de gestelde groei. Deze relatie is in de vorige procedure al ingebracht en beoordeeld. Het is aan eiser om in zijn derde (inhoudelijke) asielprocedure, door middel van nieuwe verklaringen, inzicht te geven in zijn relatie. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat het enkele feit dat eiser nog steeds activiteiten onderneemt de seksuele gerichtheid niet kan onderbouwen. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst leveren volgens de minister geen gegronde vrees voor vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade op.
Heeft de minister eisers homoseksuele gerichtheid ongeloofwaardig mogen achten?
6. Eiser voert aan dat de minister zijn homoseksuele gerichtheid ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De minister had de relatie van eiser in de context van al hetgeen in de procedure naar voren is gebracht moeten zien. Dat eiser nog steeds een relatie heeft met zijn partner moet als sterke indicatie worden aangemerkt bij de beoordeling en dient niet slechts als onderbouwing van een door eiser ervaren groei. Verder voert eiser aan dat zijn deelname aan activiteiten van LHBTI-organisaties als indicatie dient voor zijn homoseksuele geaardheid. De minister miskent dat eiser in zijn eigen bewoordingen een door hem doormaakte groei heeft proberen uit te leggen. Tot slot voert eiser aan dat hij foto’s van zichzelf samen met zijn partner heeft overgelegd. De minister heeft ten onrechte gesteld dat deze foto’s slechts afbeeldingen zijn en daaruit niets af te leiden valt. Daarnaast heeft eiser het verslag van het gesprek met [persoon F] overgelegd om aan te tonen dat hij ook met derden over zijn seksuele geaardheid spreekt.