ECLI:NL:RBDHA:2026:3054
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser diende op 12 december 2025 een asielaanvraag in, die de minister op 7 januari 2026 niet in behandeling nam omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mocht worden vanwege tekortkomingen in de Oostenrijkse opvang en zijn psychische situatie.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hoewel er enkele knelpunten zijn in de opvangvoorzieningen in Oostenrijk, zijn deze niet van dien aard dat sprake is van onmenselijke of vernederende behandeling. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij psychische problemen heeft of dat hij gediscrimineerd is. Klachten over de Oostenrijkse autoriteiten dienen bij die autoriteiten zelf te worden ingediend.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat bijzondere individuele omstandigheden kan rechtvaardigen om de aanvraag in Nederland te behandelen, wordt verworpen. De minister had geen aanleiding om te twijfelen aan de serieuze behandeling van een eventuele opvolgende aanvraag in Oostenrijk. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.