ECLI:NL:RBDHA:2026:3025

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
NL25.33951
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dat niet noodzakelijk werd geacht.

De minister heeft de rechtbank geïnformeerd dat eiser op 28 november 2025 door het COA is geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken (MOB). De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser verzocht om te bevestigen of er nog contact was met eiser na deze melding, maar hierop is niet tijdig gereageerd. Na een rappelbericht en een uiteindelijke bevestiging van de gemachtigde dat er geen contact meer was, concludeert de rechtbank dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland.

Op grond hiervan oordeelt de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de behandeling van zijn beroep. Dit leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank wijst proceskostenvergoedingen af en wijst op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na registratie als met onbekende bestemming vertrokken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33951

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Heeft eiser nog procesbelang?
3. De minister heeft met het bericht van 11 december 2025 aan de rechtbank laten weten dat eiser op 28 november 2025 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) is geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken (MOB).
4. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 1 juli 2024 echter overwogen dat de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. [2] Er mag van uitgegaan worden dat een vreemdeling belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met de vreemdeling over de procedure.
5. De rechtbank heeft op 12 december 2025 aan de gemachtigde van eiser verzocht om uiterlijk 19 december 2025 aan te geven of de gemachtigde nog contact onderhoudt met eiser na de MOB-melding. Daar heeft de gemachtigde van eiser niet tijdig op gereageerd. Op 22 december 2025 is aan eiser een algemeen rappelbericht verstuurd met het verzoek om uiterlijk 6 januari 2026 aan de rechtbank te laten weten of hij nog contact heeft met eiser. Op 27 januari 2026 heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank laten weten dat hij geen contact meer heeft met eiser. De rechtbank neemt dan ook aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk.
2.ABRvS 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662, r.o. 2.7.