ECLI:NL:RBDHA:2026:3001

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
NL25.58773 en NL25.46140
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vreemdelingenwet 2000Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 6:20 AwbRichtlijn 2011/95/EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse eiser wegens ongeloofwaardige verklaringen over mensensmokkelaar

Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man, diende op 5 maart 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege medische kosten voor zijn dochter en problemen met een mensensmokkelaar genaamd [naam 2], die lid zou zijn van de Black Axe, bescherming zocht. Verweerder achtte de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig, maar vond de verklaringen over de mensensmokkelaar ongeloofwaardig vanwege gebrek aan samenhang, onderbouwing en aannames.

Eiser stelde in beroep dat verweerder ten onrechte bewijsvereisten stelde en onvoldoende rekening hield met zijn verklaringen, waaronder de toegedichte homoseksualiteit en uitbuiting. De rechtbank oordeelde dat verweerder de verklaringen terecht als ongeloofwaardig mocht beschouwen, mede omdat eiser geen asiel had aangevraagd tijdens zijn verblijf in Frankrijk en wisselende verklaringen gaf over visa-aanvragen.

Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder uiteindelijk wel een besluit had genomen. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser wegens het niet tijdig beslissen. Eiser kreeg geen gelijk en de asielaanvraag werd afgewezen als ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.58773 en NL25.46140

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaken tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. M.M. Volwerk),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. F.H. van Zanden).

Inleiding

1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 5 maart 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Op 23 september 2025 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder (NL25.46140) Verweerder heeft met het bestreden besluit van 24 november 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. [1] Op 1 december 2025 heeft eiser apart beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (NL25.58773).
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 27 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, P. Oronsaye als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1982 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij een medische behandeling voor zijn dochter moest bekostigen. Een man genaamd [naam 1] kon eiser helpen, maar eiser moest hiervoor seks hebben met [naam 1]. Eiser en [naam 1] zijn betrapt, waarna eiser is gevlucht met behulp van mensensmokkelaar [naam 2]. [naam 2] bracht eiser naar Frankrijk en hij moest drugs verkopen en twee keer met mannen slapen. Eiser is uiteindelijk gevlucht naar Nederland. Bij terugkeer naar Nigeria vreest eiser voor [naam 2], die lid is van de Black Axe.
Wat heeft verweerder besloten?
3. Volgens verweerder bevat het asielrelaas van eiser twee asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
De problemen met de mensensmokkelaar [naam 2].
3.1.
Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder vindt de problemen van eiser met de mensensmokkelaar [naam 2] ongeloofwaardig. Redengevend daarvoor is dat eiser zijn verklaringen niet heeft onderbouwd met objectieve documenten die zijn asielmotief volledig onderbouwen. Ook tegengeworpen is dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. [2] Zo heeft eiser wisselend verklaard over het benodigde bedrag voor de behandeling van zijn dochter en zijn de verklaringen over mensensmokkelaar [naam 2] wisselend, ongerijmd en gebaseerd op aannames. Verder zijn de verklaringen over de foto’s die de mensensmokkelaar van hem zou hebben summier en gebaseerd op aannames en heeft eiser wisselend en summier verklaard over [naam 1]. Verder kan eiser geen afdoende reden geven over waarom hij wisselend heeft verklaard over de reden van zijn vertrek uit Nigeria. Ook kan eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd, omdat hij tijdens zijn verblijf in Frankrijk geen asiel heeft aangevraagd en hij wisselend heeft verklaard over het aanvragen van visa voor Europa. [3] Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond [4] . Aan eiser is daarom een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken opgelegd, gericht op vertrek naar Nigeria.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder eist ten onrechte dat de bewijsstukken zijn asielmotief volledig onderbouwen en heeft de door hem overgelegde stukken onvoldoende betrokken, zodat geen sprake meer is van een integrale beoordeling. De verklaringen van eiser over de kosten voor medicatie, zijn relatie met [naam 1], de boosheid van [naam 2], het bestaan van expliciete foto’s, zijn kennis van Black Axe en het feit dat [naam 2] naar hem op zoek is zijn voldoende consistent, aannemelijk en gedetailleerd. Verweerder heeft ten onrechte de toegedichte homoseksualiteit en uitbuiting niet als aparte asielmotieven beoordeeld. Verder handhaaft eiser zijn standpunt uit de zienswijze dat de verklaringen bij het AVIM [5] -gehoor niet kunnen worden tegengeworpen. De beoordeling dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd, kan niet in stand blijven nu er verwarring is ontstaan over het meervoud van het woord visum.
Wat is het oordeel van de rechtbank?

Beroep niet-tijdig beslissen

5. Voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep wordt het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. [6] Tegen het niet tijdig beslissen staat daarom beroep bij de rechtbank open. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft meegedeeld dat het in gebreke is. [7]
5.1.
In beginsel beslist verweerder binnen 6 maanden op de aanvraag voor een asielvergunning. Met de publicatie van WBV 2023/26 heeft verweerder de beslistermijn voor asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 tot uiterlijk 1 januari 2025 verlengd met 9 maanden. Deze zittingsplaats heeft echter geoordeeld dat WBV 2023/26 niet rechtsgeldig is. [8] Verweerder heeft deze WBV ingetrokken. [9] Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.
5.2.
Nu verweerder de beslistermijn niet rechtsgeldig heeft verlengd met WBV 2023/26, had hij uiterlijk op 5 september 2024 moeten beslissen. Eiser heeft verweerder met de brief van 8 september 2025, ontvangen door verweerder op 12 september 2025, in gebreke gesteld. Hierna zijn meer dan twee weken verstreken voordat eiser op 23 september 2025 beroep heeft ingesteld.
5.3.
Aangezien de wettelijke beslistermijn is overschreden en verweerder pas na overschrijding van deze termijn een besluit heeft genomen, veroordeelt de rechtbank verweerder in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep niet-tijdig beslissen redelijkerwijs heeft moeten maken.
5.4.
Nu verweerder op de aanvraag van eiser heeft beslist, is het belang van eiser bij een beoordeling van het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag komen te vervallen. Het beroep voor zover het gericht is tegen het niet-tijdig beslissen, is daarom niet-ontvankelijk.
5.5.
Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. [10] Eiser kan zich niet verenigen met het genomen besluit. Verweerder is dan ook niet volledig aan het beroep van eiser tegemoetgekomen. Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom van rechtswege ook gericht tegen het bestreden besluit. Eiser heeft tegen dit besluit ook afzonderlijk beroep ingesteld (NL25.58773). Dit beroep zal de rechtbank op grond van het voorgaande niet-ontvankelijk verklaren.

Inhoudelijk besluit

6. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
Problemen met de mensensmokkelaar [naam 2]
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers problemen met mensensmokkelaar [naam 2] ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Verweerder heeft allereerst – zowel in het voornemen als in het besluit – mogen stellen dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd en hier geen goede verklaring voor heeft. Eisers stelling dat verweerder ten onrechte verwacht dat eiser zijn asielmotief geheel met documenten onderbouwt en verweerder daarmee in strijd handelt met artikel 4 van Pro de Kwalificatierichtlijn [11] , houdt geen stand. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat verweerder dit van eiser verwacht. Verweerder heeft mogen vinden dat eiser zijn verklaringen over de medische behandeling van zijn dochter in 2023 niet met voldoende documenten heeft onderbouwd, nu de medische stukken die hij heeft overgelegd van 2021 dateren en niets zeggen over de latere problemen van eiser, terwijl deze problematiek aanleiding vormde voor zijn problemen met [naam 2] en zijn vertrek uit Nigeria. Over de screenshots van belpogingen en berichten naar ‘My Wife’ heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat deze screenshots het tweede asielmotief niet volledig kunnen onderbouwen, nu niet duidelijk is uit welk jaartal deze dateren, van wie ze afkomstig zijn en naar wie ze gestuurd zijn. De rechtbank stelt vast dat de door eiser afgelegde verklaringen en ingebrachte stukken in het voornemen en het bestreden besluit voldoende kenbaar zijn betrokken en in samenhang zijn beoordeeld. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
8. De beroepsgrond van eiser dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij de toegedichte homoseksualiteit en uitbuiting niet als apart asielmotief heeft beoordeeld, slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat verweerder de toegedichte homoseksualiteit en de uitbuiting heeft betrokken bij de beoordeling van het asielmotief “problemen met de mensensmokkelaar [naam 2]”. Verweerder heeft dit in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd. [12]
9. De rechtbank volgt eiser wel in zijn beroepsgrond dat verweerder ten onrechte heeft tegengeworpen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de wisselkoers van de Naira ten opzichte van de Euro. Tijdens het nader gehoor heeft eiser een schatting gemaakt van het omgerekende bedrag [13] en die schatting klopt niet. Ter zitting heeft verweerder niet verduidelijkt waarom hij de verkeerde schatting ziet als een wisselende verklaring. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deze verklaring niet in redelijkheid kunnen tegenwerpen als wisselend. Ook volgt de rechtbank eiser in zijn beroepsgrond dat de boosheid van [naam 2] geen tegenstrijdigheid is. Uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat het om twee verschillende momenten van boosheid gaat en het dus niet gaat om tegenstrijdige verklaringen. Het eerste moment van boosheid zag op het feit dat eiser zich schuilhield in het huis van [naam 2] [14] en het tweede moment van boosheid was gericht op de mentaliteit van de mensen in Nigeria [15] . Verweerder heeft eiser deze twee punten niet kunnen tegenwerpen, maar dit betekent gelet op het volgende niet dat verweerder het asielrelaas niet ongeloofwaardig heeft mogen achten.
10. Zoals hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat verweerder heeft mogen vinden dat eiser zijn problemen met mensensmokkelaar [naam 2] niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eisers verklaringen over zijn problemen met mensensmokkelaar [naam 2] niet samenhangend en aannemelijk zijn. Zo heeft verweerder het ongerijmd mogen achten dat eiser zomaar aan [naam 2] heeft verteld over zijn seksuele handelingen met [naam 1], omdat dit in Nigeria gevaarlijk kan zijn. [naam 2] had eiser namelijk kunnen overdragen aan de politie. Niet valt in te zien waarom eiser [naam 2] direct in vertrouwen nam, nu hij hem niet kende.
11. Eiser heeft verklaard dat zijn vrouw heeft gehoord dat [naam 2] naar hem op zoek was. [16] Verweerder heeft kunnen tegenwerpen dat de verklaringen van eiser over [naam 2] wisselend en ongerijmd zijn en zijn gebaseerd op aannames. Verweerder heeft hierbij mogen betrekken dat eisers stelling dat [naam 2] hem zoekt, gebaseerd is op verklaringen van derden en aannames, nu [naam 2] nooit persoonlijk contact heeft gezocht met eiser of zijn familieleden en hij de vrouw van eiser nooit heeft opgezocht. Eiser baseert zijn vrees enkel op de verklaring van zijn vrouw en is zelf nooit bedreigd. Op grond hiervan heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser zijn stelling dat hij [naam 2] vreest omdat [naam 2] zijn geld terug wil, niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiser heeft in dit kader weliswaar gewezen op landeninformatie, maar verweerder heeft eiser erop kunnen wijzen dat hij hiermee zijn persoonlijke vrees voor [naam 2] niet heeft onderbouwd.
12. Anders dan eiser stelt in zijn beroepsgronden heeft verweerder wel degelijk uitgevraagd welke kennis eiser heeft over Black Axe [17] . Eiser heeft zelf verklaard dat hij [naam 2] meerdere keren over Black Axe heeft horen spreken [18] en in het licht van deze verklaring heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat niet wordt ingezien waarom eiser niet meer over deze groepering weet te vertellen. De rechtbank overweegt in dit verband nog dat eiser op zitting heeft verklaard dat hij altijd in Benin City heeft gewoond en dus genoeg weet over Black Axe.
13. Verder heeft verweerder met betrekking tot de verklaringen van eiser over de foto’s die [naam 2] van hem zou hebben, het standpunt kunnen innemen dat dit gebaseerd is op aannames. Verweerder heeft in dit kader mogen betrekken dat eiser niet met zekerheid kan zeggen dat er foto’s van hem bestaan. [19] Verweerder heeft hierbij mogen stellen dat hij mag verwachten van eiser dat hij eenduidig kan verklaren over de foto’s, omdat het bestaan en het mogelijk (online) verspreiden van deze foto’s maken dat eiser vreest voor zijn leven. Anders dan eiser stelt in zijn beroepsgronden, heeft verweerder wel degelijk betwist dat de vrees die eiser stelt te hebben vanwege het bestaan en het verspreiden van foto’s is gebaseerd op aannames. Verweerder maakt in dit kader geen onderscheid tussen een pasfoto en expliciete foto’s.
14. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser wisselend en summier heeft verklaard over [naam 1]. Eiser gaat in zijn beroepsgronden voorbij aan pagina vijf en zes van het bestreden besluit, waarin verweerder gemotiveerd uiteen heeft gezet waarom hij tegenwerpt dat eiser onduidelijkheid laat bestaan over hoe vaak hij [naam 1] heeft gezien, dat hij summier over [naam 1] heeft verklaard en dat hij heeft ingestemd met seks ondanks dat dit illegaal was. Verweerder heeft eiser erop mogen wijzen dat de problemen met [naam 1] de kern vormen van zijn asielrelaas en daarom van hem verwacht mocht worden dat hij hierover eenduidig en samenhangend kon verklaren. De enkele stelling van eiser dat zijn verklaringen in de context consistent, aannemelijk en afdoende gedetailleerd zijn is onvoldoende om tot een ander oordeel te leiden. De beroepsgrond slaagt niet.
15. Eisers stelling dat zijn verklaringen bij de AVIM niet kunnen worden tegengeworpen, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft ter zitting terecht gewezen op een uitspraak van de zittingsplaats Arnhem, waaruit volgt dat verweerder de verklaringen uit het AVIM-gehoor wel degelijk mag betrekken in de besluitvorming als het tegenstrijdigheden bevat. [20] Deze uitspraak is bevestigd door de hoogste bestuursrechter. [21] Gelet hierop valt niet in te zien waarom verweerder eiser zijn verklaringen in het aanmeldgehoor en het AVIM-gehoor niet heeft mogen tegenwerpen.
16. Tot slot heeft verweerder eiser mogen tegenwerpen dat hij in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd, omdat hij tijdens zijn verblijf in Frankrijk geen asiel heeft aangevraagd en hij wisselend heeft verklaard over het aanvragen van visa voor Europa. Niet valt in te zien waarom de vertaling van het woord visa in dit verband relevant is. Nu verweerder de problemen met de mensenhandelaar [naam 2] niet geloofwaardig heeft geacht op basis van zijn verklaringen, heeft verweerder het eiser mogen aanrekenen dat hij in Frankrijk niet eerder asiel heeft aangevraagd.
17. Zoals hiervoor overwogen heeft verweerder eisers gestelde problemen met mensensmokkelaar [naam 2] ongeloofwaardig mogen vinden. Verweerder heeft dan ook terecht gesteld dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade [22] . De gronden van eiser die zien op de vrees en het risico bij terugkeer slagen daarom niet.

Conclusie en gevolgen

18. Het beroep in de zaak NL25.46140 voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt hiervoor wel een vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 467,-. [23]
19. Het beroep in de zaak NL25.46140, voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit van 24 november 2025, is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
20. Het beroep in de zaak NL25.58773 is niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep met zaaknummer NL25.46140, voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep met zaaknummer NL25.46140, voor zover het is gericht tegen het bestreden besluit, ongegrond;
  • verklaart het beroep in de zaak NL25.58773 niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. P.P. Schaap, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c van de Vw.
3.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e van de Vw.
4.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw.
5.Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.
6.Artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
7.Artikel 6:12, eerste lid, van de Awb.
8.Uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2500.
9.Zie Informatiebericht 2025/28 Intrekken categoriale verlenging beslistermijn.
10.Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
11.Richtlijn 2011/95/EU.
12.Zie pagina 8 van het bestreden besluit.
13.Verslag nader gehoor, p. 10.
14.Verslag nader gehoor, p. 14.
15.Verslag nader gehoor, p. 14.
16.Verslag nader gehoor, p. 19.
17.Verslag nader gehoor, p. 19.
18.Verslag nader gehoor, p. 19.
19.Verslag nader gehoor, p. 5.
20.Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 12 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24019, rechtsoverweging 8.1.1.
21.Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 januari 2026,
22.Als bedoeld in de artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Vw.
23.1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor ½.