Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op haar aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 29 september 2025 waarin de minister was opgedragen binnen vier weken te beslissen. Deze termijn is inmiddels verstreken zonder dat de minister een besluit heeft genomen.
De rechtbank overweegt dat het beroep ontvankelijk is omdat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. Gelet op het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en de overschrijding van de wettelijke termijn van 21 maanden, legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van vier weken op. Tevens wordt een dwangsom van € 250,- per dag opgelegd met een maximum van € 37.500,-, die ingaat nadat een eerder opgelegde dwangsom is verbeurd.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 467,-, omdat zij een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier C.A.A.W. van der Heijden en is op 5 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.