Partijen zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind. In het oorspronkelijke ouderschapsplan was een zorgregeling opgenomen waarbij het kind drie weekenden per maand bij de vader verbleef. De moeder verzoekt wijziging van deze regeling omdat de vader deze niet of onvoldoende nakomt, wat leidt tot problemen voor de moeder en het kind, dat autisme heeft en behoefte heeft aan structuur.
De vader is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank stelt vast dat de vader de zorgregeling niet naleeft, onder andere door afzeggingen en eigenhandige wijzigingen, wat de moeder in haar werk belemmert. De moeder verzoekt daarom een zorgregeling waarbij het kind voortaan om de week in de even weken bij de vader verblijft, met halen en brengen door de vader.
Ook de vakanties worden opnieuw verdeeld omdat de vader de afspraken niet nakwam. De rechtbank wijst het verzoek toe en legt een duidelijke vakantieverdeling vast, waarbij vakanties om en om bij vader en moeder worden doorgebracht volgens een schema. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.