Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 2 november 2023, maar de minister had na 21 maanden nog geen besluit genomen. Eiser stelde de minister op 22 september 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden heeft beslist. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van zes weken op waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en benadrukt het belang van een zorgvuldige en snelle besluitvorming in asielzaken.