ECLI:NL:RBDHA:2026:2600

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/09/698329 / KG RK 26-163
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in hoofdzaak

De wrakingskamer van de rechtbank Den Haag behandelde op 11 februari 2026 het wrakingsverzoek van verzoeker gericht tegen mr. D. Nobel, rechter in de hoofdzaak tussen een stichting en verzoeker. Het verzoek tot wraking werd ingediend op 25 januari 2026, nadat op 9 oktober 2025 de einduitspraak in de hoofdzaak was gedaan.

De wrakingskamer oordeelde dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat de einduitspraak in de zaak is gewezen. Hierdoor kon het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats, omdat het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was.

De wrakingskamer besloot verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren en beval toezending van de beslissing aan alle betrokken partijen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat einduitspraak in hoofdzaak reeds is gedaan.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummer 2026/04
zaak- /rekestnummer: C/09/698329 / KG RK 26-163
Beslissing van 11 februari 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. D. Nobel,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het schriftelijke wrakingsverzoek is ingediend op 25 januari 2026.
1.2.
De wrakingskamer heeft de beschikking over het dossier in de hoofdzaak.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter en de griffier in de zaak met nummer 11678387 \ RL EXPL 25-8027 tussen [stichting] als eisende partij en verzoeker als gedaagde partij (hierna: de hoofdzaak). In de hoofdzaak heeft op 2 september 2025 een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Op 9 oktober 2025 heeft de rechter in de hoofdzaak einduitspraak gedaan.

3.De beoordeling

3.1.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
 de verzoeker;
 de wederpartij in de hoofdzaak;
 de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.