Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
The plaintiff asserts that damages totaling UAH 3,161,365,073,57 were incurred due to the actions of the Russian Federation’s armed forces and affiliated armed formations under its control.
he plaintiff emphasizes that due to the conditions of occupation (blockade, encirclement) imposed by the aggressor state’s army on the entire territory of the Luhansk Oblast, the plaintiff, as a business entity, was deprived of the ability to conduct legitimate licensed activities within this territory from the onset of active hostilities until the ongoing occupation persists.
- the inability to engage in licensed economic activities within the territory of Luhansk Oblast due to active hostilities and occupation by the Russian Federation, consequently resulting in the loss of potential income from such licensed activities (lost profits of the Company)
- loss and destruction of the material and technical facilities (main assets) of (…) Luganskgas (…); (…)
- necessity to evacuate management and personal of the Company due to the constant treat to their lives and ongoing hostilities.
the Law of Ukraine“
On Private International Law”), een uitspraak van Oekraïense Hoge Raad van 18 mei 2022, de Europese Overeenkomst inzake de immuniteit van Staten van 1972, artikel 12 van Pro het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen en de
Convention on Legal Aid and Legal Relations in Civil, Family and Criminal Cases, van 22 januari 1993.
- € 58.890.751,98 (11.788.605,81 voor de periode van 24 februari 2022 tot 19 september 2023) + 47.102.146,17 voor de periode van 19 september 2023 tot 18 september 2028) ter zake van gederfde winst;
- € 26.132.896,27 voor het niet kunnen incasseren van openstaande vorderingen;
- € 3.367,04 ter zake van het verlies van activa.
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
acta iure imperii– en niet voor gevallen waarin de vreemde Staat op voet van gelijkheid rechtsbetrekkingen is aangegaan met particulieren, de zogenoemde
acta iure gestionis. Dat laatste doet zich in het bijzonder voor bij commerciële (overheids)activiteiten waarbij een staat als privaatrechtelijk rechtssubject deelneemt aan het rechtsverkeer. Bij
acta iure imperiigaat het om ‘typische overheidshandelingen’. Het onderscheid tussen
acta iure imperiien
acta iure gestionismoet worden gezocht in de aard van de handeling en niet het doel daarvan. [5] Anders dan Luganskgaz kennelijk meent, zijn
acta iure imperii, en daarmee de immuniteit van jurisdictie, niet beperkt tot oorlogshandelingen.
legal opinionvan professor M. Buromensky heeft betoogd, is de veroordeling van de Russische Federatie in de Oekraïense vonnissen niet gebaseerd op het oordeel dat Luganskgaz de facto is onteigend en dat de Russische Federatie (door middel van een vennootschap die onder haar controle zou staan) op onrechtmatige wijze – en ten koste van Luganskgaz – een onderneming exploiteert die in Luhansk aardgas levert. In de Oekraïense vonnissen zijn deze gedragingen nu eenmaal niet aan de veroordeling van de Russische Federatie ten grondslag gelegd. De mogelijke commerciële bedoelingen van de Russische Federatie en de door Luganskgaz gestelde “a contrario alter-ego-situatie” kunnen in deze (verkapte) exequaturprocedure daarom geen rol spelen bij de vraag of in het kader van de tenuitvoerlegging van de Oekraïense vonnissen aan de Russische Federatie immuniteit van jurisdictie toekomt.
acta iure imperii). Dit betekent dat indien de Russische Federatie hiervoor voor de civiele rechter van een vreemde staat ter verantwoording wordt geroepen haar, in beginsel, immuniteit van jurisdictie toekomt.