In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag behandeld. Eiser had eerder al een procedure aangespannen, waarbij de rechtbank de minister had opgedragen om binnen zestien weken een besluit te nemen. De rechtbank had daarbij een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn werd overschreden, met een maximum van € 7.500,-. Eiser heeft nu een tweede beroep ingediend, omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 7 oktober 2023. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, aangezien de minister niet binnen de opgelegde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op van acht weken, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze uitspraak. Tevens wordt er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, als de minister deze termijn overschrijdt. De rechtbank stelt ook de proceskosten van eiser vast op € 467,-. De uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, in aanwezigheid van griffier K.D.M. Nijholt, en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.