ECLI:NL:RBDHA:2026:231
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de afwijzing van een aanvraag voor militair invaliditeitspensioen na blootstelling aan burnpits
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 8 januari 2026 uitspraak gedaan in een geschil over de afwijzing van een aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen (mip) door de staatssecretaris van Defensie. Eiser, een voormalig militair, had tijdens zijn uitzending naar Afghanistan in 2011 zonder beschermingsmiddelen gewacht op een terrein met burnpits, waar afval werd verbrand. Twee jaar later werd bij hem lymfeklierkanker, specifiek de ziekte van Hodgkin, vastgesteld. Eiser stelde dat zijn ziekte het gevolg was van zijn blootstelling aan de emissies van de burnpits. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen op basis van een medisch onderzoek dat onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing vond voor een causaal verband tussen de blootstelling aan burnpits en de ziekte van Hodgkin. Eiser heeft geprobeerd dit medisch advies te weerleggen door aanvullende adviezen van verzekeringsartsen in te brengen, maar de rechtbank oordeelde dat hij hierin niet geslaagd was. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris op basis van het medisch onderzoek terecht had geconcludeerd dat er geen sprake was van een dienstverband gerelateerde invaliditeit. De rechtbank verklaarde het beroep van eiser ongegrond en wees het verzoek om benoeming van een deskundige af. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven.