Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
mr. I.G.M. van Gorkum.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 9 januari 2026 een beschikking gegeven waarin de werkzaamheden van de bijzondere curator over een minderjarige worden beëindigd. De bijzondere curator was herbenoemd op 27 september 2024 om de minderjarige te ondersteunen bij praktische en financiële zaken in aanloop naar haar meerderjarigheid.
De bijzondere curator heeft een uitgebreid verslag ingediend waarin zij rapporteert over haar contact met de minderjarige, onder meer via WhatsApp, en haar bezoeken aan het logeerhuis waar de minderjarige sinds medio 2024 verblijft. Tijdens deze contacten is onder meer gesproken over de woonsituatie, opleiding, bijbaan en het contact met de ouders, dat inmiddels goed is.
Er is een aanvraag voor verlengde jeugdzorg gedaan zodat de minderjarige tot begin 2026 in de instelling kan blijven, met de intentie daarna door te stromen naar een eigen studio. De bijzondere curator heeft toegezegd eventuele afwijzingen van deze aanvraag aan te vechten, ook als de minderjarige dan al meerderjarig is.
De kinderrechter concludeert dat alle praktische en financiële zaken met het oog op de meerderjarigheid zijn geregeld of aangevraagd en dat de opdracht van de bijzondere curator is vervuld. Daarom worden haar werkzaamheden beëindigd met dank voor haar inzet.
Uitkomst: De kinderrechter beëindigt de werkzaamheden van de bijzondere curator na bevestiging dat haar opdracht is vervuld.