ECLI:NL:RBDHA:2026:2224

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/690657 / FA RK 25-6454
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 1:253a BWArt. 1:377g BWArt. 1:392 BWArt. 1:401 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige wijziging zorgregeling en benoeming bijzondere curator in gezags- en alimentatiezaak

De rechtbank Den Haag behandelde een gecombineerde zaak over gezagsuitoefening, kinderalimentatie en informele rechtsingang betreffende een minderjarige geboren in 2012. De vader verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige naar hem en aanpassing van de kinderalimentatie. De moeder verzet zich hiertegen en verzocht onder meer om naleving van de bestaande zorgregeling en benoeming van een bijzondere curator.

De minderjarige heeft in gesprekken en schriftelijk aangegeven bij de vader te willen wonen en in Rotterdam naar school te gaan. De rechtbank constateert dat de feitelijke situatie sinds juni 2025 is dat de minderjarige bij de vader verblijft, ondanks eerdere kort gedingen die dit niet toestonden. De rechtbank acht het belang van de minderjarige gediend met het respecteren van haar wens, maar vindt het te prematuur om de hoofdverblijfplaats definitief te wijzigen vanwege het ontbreken van substantieel contact met de moeder.

De rechtbank wijzigt daarom voorlopig de zorgregeling zodat de minderjarige eenmaal per veertien dagen van vrijdag tot maandag bij de moeder verblijft en de rest van de tijd bij de vader. Tevens wordt een bijzondere curator benoemd, mevrouw Y.J. de Best, die als vertrouwenspersoon zal optreden en herstelgesprekken tussen de minderjarige en de moeder zal faciliteren. Definitieve beslissingen over gezag, alimentatie en zorgregeling worden aangehouden tot na het verslag van de bijzondere curator, dat uiterlijk 1 april 2026 moet worden ingediend.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt voorlopig de zorgregeling en benoemt een bijzondere curator, terwijl definitieve beslissingen worden aangehouden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 25-6454 (gezags- en alimentatiezaak)
FA RK 25-6615 (informele rechtsingang)
Zaaknummers: C/09/690657 (gezags- en alimentatiezaak)
C/09/690929 (informele rechtsingang)
Datum beschikking: 8 januari 2026

Gezagsuitoefening, kinderalimentatie en informele rechtsingang

Beschikking op het op 26 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: voorheen mr. C.W.F. Jansen te Rotterdam, thans mr. R.N. Baldew te
‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.P.A. Meghoe te Rijswijk.
En beschikking naar aanleiding van de op 2 september 2025 ingekomen brief van de minderjarige:

[de minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] ,
de minderjarige, hierna ook: [de minderjarige] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbende worden aangemerkt de vader en de moeder, zoals hierboven vermeld.

Procedure

In de procedure met zaak- en rekestnummer FA RK 25-6454 / C/09/690657:
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 25 september 2025, met bijlage, van de zijde van de vader;
  • het verweerschrift, tevens houdende zelfstandig verzoek, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 5 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
- het F2-formulier van 18 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de vader;
- het F9-formulier van 26 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder.
In de procedure met zaak- en rekestnummer FA RK 25-6615 / C/09/690929:
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
  • de brief van [de minderjarige] met de begeleidende brief van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Rotterdam;
  • de e-mailberichten van [de minderjarige] van 15 en 20 augustus 2025 en 3 september 2025.
Op 22 september 2025 heeft de rechtbank een kindgesprek gevoerd met [de minderjarige] .
Op 27 november 2025 zijn de zaken gecombineerd ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, de moeder, bijgestaan door haar advocaat, alsmede [naam 1] en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Verzoek en verweer

Procedure met zaak- en rekestnummer FA RK 25-6454 / C/09/690657
De vader heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
met wijziging van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van (naar de rechtbank leest:) 14 juni 2013, waarin het ouderschapsplan is opgenomen, te bepalen dat [de minderjarige] haar hoofdverblijf zal hebben bij de vader, alsmede dat het paspoort van [de minderjarige] in beheer zal zijn bij de vader;
met wijziging van de beschikking van de rechtbank Den Haag van 8 april 2016, de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding verschuldigd door de vader aan de moeder met ingang van 24 juni 2025 op nihil te bepalen en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding verschuldigd door de moeder aan de vader met ingang van 24 juni 2025 op € 250,-- per maand te bepalen, dan wel met ingang van een door de rechtbank vast te stellen datum;
een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van de vader, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens heeft de moeder zelfstandig verzocht:
Primair:
de vader te veroordelen om op de eerstvolgende dag na de te bepalen zitting (dan wel binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn) [de minderjarige] aan de moeder over te dragen;
de vader te veroordelen om de zorgregeling en de vaststelling van de hoofdverblijfplaats, zoals neergelegd in het ouderschapsplan, na te komen;
aan de veroordeling onder I en II een dwangsom te verbinden van € 500,-- met een maximum van € 25.000,-- althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom met een maximum, voor iedere dag (een dagdeel daaronder begrepen), dat de vader nalaat om medewerking te verlenen aan de overdracht van [de minderjarige] ;
de moeder de machtigen om, indien de vader na betekening van deze beschikking niet aan hetgeen de voorzieningenrechter zal bepalen voldoet, deze beschikking ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
de vader te veroordelen in de proceskosten, met vermeerdering van de kosten;
Subsidiair:
een bijzondere curator te benoemen om te onderzoeken of een wijziging van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] in haar belang is;
te bepalen dat de Raad voor de Kinderbescherming wordt gelast om een onderzoek te verrichten naar hetgeen in het belang is van [de minderjarige] ten aanzien van de wijziging van de hoofdverblijfplaats;
een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Procedure met zaak- en rekestnummer FA RK 25-6615 / C/09/690929
In haar brief, de e-mails en het kindgesprek met de rechtbank heeft [de minderjarige] aangegeven dat zij bij de vader wil wonen en in Rotterdam naar school wil gaan.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2011 tot [datum 2] 2013.
- Zij zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] .
- [de minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder, maar verblijft sinds 24 juni 2025 feitelijk bij de vader.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- In de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Rotterdam van 14 juni 2013 is een ouderschapsplan opgenomen, waarin – voor zover thans van belang – is opgenomen dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder zal zijn, dat het paspoort van [de minderjarige] in beheer is bij de moeder en dat de vader aan de moeder aan kinderalimentatie € 100,-- per maand zal voldoen.
- Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 26 januari 2015 is – voor zover thans van belang – bepaald dat [de minderjarige] bij de vader zal zijn eenmaal per veertien dagen op zaterdag vanaf 10.00 uur tot zondag 16.00 uur en vanaf het moment dat het goed gaat, dat [de minderjarige] één keer per veertien dagen van vrijdag uit de crèche tot maandag naar de crèche bij de vader zal zijn en zodra [de minderjarige] naar school gaat, dat [de minderjarige] van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader zal verblijven.
  • Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 8 april 2016 is de kinderalimentatie gewijzigd, in die zin dat de vader met ingang van laatst genoemde datum een kinderalimentatie van € 115,-- per maand aan de moeder dient te voldoen.
  • Op 12 augustus 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank in kort geding – voor zover thans van belang – de vorderingen van de vader om hem vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] in te schrijven op zijn adres in de gemeentelijke basisadministratie en haar in te schrijven voor een middelbare school in Ridderkerk afgewezen.
  • Op 29 augustus 2025 zijn de ouders in kort geding bij deze rechtbank – voor zover thans van belang – overeengekomen dat de vader [de minderjarige] op 30 augustus 2025 om 12.00 uur zal terugbrengen naar de moeder.

Beoordeling

De rechtbank zal eerst haar oordeel geven over de informele rechtsingang en daarna over gezagsuitoefening en kinderalimentatie.
Informele rechtsingang
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:377g, in samenhang met artikel 1:253a, vierde lid, BW kan de rechter naar aanleiding van een aanvraag van een minderjarige van twaalf jaar of ouder ambtshalve een beslissing geven over onder andere de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats van de minderjarige.
[de minderjarige] heeft zowel schriftelijk als in het gesprek met de rechtbank de uitdrukkelijk wens uitgesproken om bij haar vader in Rotterdam te wonen en ook om in Rotterdam naar school te gaan.
De vader kan zich vinden in de wens van [de minderjarige] , maar de moeder niet. Het baart de moeder zorgen dat [de minderjarige] geen contact wil met haar en dat [de minderjarige] veel lesuren mist en haar schoolprestaties achteruit gaan.
De rechtbank overweegt als volgt.
Ondanks de uitkomst van de kort gedingen op 12 augustus 2025 en op 29 augustus 2025 is de situatie waarbij [de minderjarige] bij haar vader verblijft onveranderd gebleven. [de minderjarige] is niet teruggekeerd naar de moeder. De rechtbank vindt het, gezien de uitdrukkelijke wens van [de minderjarige] om bij de vader te wonen, op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] om in de huidige feitelijke situatie verandering te brengen. De rechtbank vindt het belangrijk dat Diaya zich gehoord voelt. De rechtbank vindt het echter te prematuur om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] daadwerkelijk te wijzigen, in die zin dat deze bij de vader zal zijn. De rechtbank maakt zich namelijk zorgen over het feit dat [de minderjarige] op dit moment geen substantieel contact heeft met de moeder. Het is in het belang van [de minderjarige] dat zij contact heeft met beide ouders. De rechtbank vindt dan ook dat er eerst ingezet moet worden op contactherstel tussen [de minderjarige] en de moeder, waarna, als [de minderjarige] in een rustiger vaarwater zit, bekeken kan worden waar zij het beste haar hoofdverblijfplaats kan hebben. De rechtbank ziet daarom aanleiding de zorgregeling, zoals die bij beschikking van 26 januari 2015 is vastgesteld en zoals die nu geldt, voorlopig te wijzigen, in die zin dat deze gespiegeld wordt. Dit betekent dat ingezet moet worden op voorlopig verblijf van [de minderjarige] bij de moeder eenmaal per veertien dagen van vrijdag uit school tot maandag naar school en de rest van de tijd bij de vader. De rechtbank verwacht dat een dergelijke regeling voor haar beter te behappen is.
Benoeming bijzondere curator
De rechtbank is van oordeel dat er zo snel mogelijk stappen moeten worden gezet om te voorkomen dat contactherstel door tijdsverloop wordt bemoeilijkt. De rechtbank is het met de Raad eens dat hiervoor herstelgesprekken noodzakelijk zijn. In dat licht is op de zitting ook gesproken over het benoemen van een bijzondere curator, zoals door de moeder in de gezagszaak verzocht. De Raad ziet de meerwaarde van de benoeming van een bijzondere curator en ook van de kant van de vader is ingestemd met de benoeming van een bijzondere curator. De bijzondere curator kan met [de minderjarige] en de moeder het gesprek aangaan. De bijzondere curator kan de stem van [de minderjarige] vertolken richting de moeder en de bijzondere curator kan [de minderjarige] ook ondersteunen bij het herstel van het contact met de moeder.
Op grond van artikel 1:250 BW Pro kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
De rechtbank kan dit doen als – in aangelegenheden betreffende verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige – de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank is van oordeel dat hiervan sprake is. Voor de rechtbank is het onvoldoende duidelijk waar de wens van [de minderjarige] vandaan komt om bij haar vader te willen wonen en ook waarom zij geen contact met de moeder wil. De rechtbank constateert dat de ouders niet communiceren met elkaar en verwacht dat er hulp nodig is om het contact tussen [de minderjarige] en de moeder structureel te herstellen. De rechtbank vindt dat hier een rol voor een te benoemen bijzondere curator is weggelegd.
Gelet op het voorgaande, de aard van de zaak en de daarin spelende belangenstrijd, acht de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen. Met een bijzondere curator krijgt [de minderjarige] een vertrouwenspersoon, iemand die haar belangen behartigt en de rechtbank kan adviseren.
Mevrouw Y.J. de Best is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op de te treden en zal hiertoe door de rechtbank worden benoemd. Mevrouw Y.J. de Best is een zeer ervaren familie-mediator, tevens pedagoog, met veel ervaring met kinderen.
Van de bijzondere curator wordt in dit verband verwacht dat zij met [de minderjarige] en de moeder in gesprek zal gaan om te kijken wat er voor [de minderjarige] nodig is om de herstelgesprekken tussen haar en de moeder te laten plaatsvinden en het contact met de moeder volgens na te melden voorlopige zorgregeling tot stand te brengen.
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator, indien mogelijk, de herstelgesprekken en het contact volgens na te melden zorgregeling tussen [de minderjarige] en de moeder te faciliteren. Het staat de bijzondere curator daarnaast vrij om, indien zij dit nodig acht, informatie over [de minderjarige] op te vragen bij derden, om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen over haar situatie en wat in haar belang noodzakelijk is.
Van ouders wordt verwacht dat zij volledige medewerking verlenen aan het inplannen en uitvoeren van de gesprekken met de bijzondere curator. De rechtbank zal de advocaten van ouders of ouders zelf verzoeken om hun telefoonnummer en het e-mailadres en – waar mogelijk – de contactgegevens van [de minderjarige] zo spoedig mogelijk naar de bijzondere curator te sturen (naar het in het dictum opgenomen e-mailadres), zodat de bijzondere curator [de minderjarige] en de moeder, maar ook de vader kan uitnodigen voor een eerste gesprek.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk op 1 april 2026 schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en de ouders, waarop de ouders binnen twee weken kunnen reageren. De rechtbank zal daarna een nieuwe mondelinge behandeling plannen waarop de voorlopige zorgregeling kan worden geëvalueerd. De rechtbank zal iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitief vast te stellen zorgregeling dan ook, in afwachting van het verslag van de bijzondere curator, tot die tijd pro forma aanhouden. Indien de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de rechtbank zijn werkzaamheden voor deze procedure bij nadere beschikking als beëindigd beschouwen.
De rechtbank zal de zorgregeling voorlopig vaststellen zoals hierboven overwogen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een raadsonderzoek te gelasten, zoals door de moeder verzocht. De rechtbank verwacht niet dat de Raad op dit moment meer inzicht zou kunnen verschaffen in wat [de minderjarige] nodig heeft dan de bijzondere curator. De uitspraak waarnaar de moeder heeft verwezen (ECLI:NL:RBDHA:2025:8516) en waarin naast de benoeming van een bijzondere curator een raadsonderzoek is gelast, betreft een andere situatie.
Gezags- en alimentatiezaak
Gezagsuitoefening
Juridisch kader
Artikel 1:253a, eerste lid, BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beide of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd.
Kinderalimentatie
Juridisch kader
Een rechterlijke uitspraak of overeenkomst betreffende levensonderhoud kan op grond van artikel 1:401, eerste lid, BW bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen.
Op grond van artikel 1:392, eerste lid, sub a, en tweede lid, BW zijn de ouders onderhoudsplichtig ten aanzien van [de minderjarige] .
Inhoudelijke beoordeling gezagsuitoefening en kinderalimentatie
Op de zitting is met de ouders besproken dat de rechtbank de behandeling van de verzoeken ten aanzien van de gezagsuitoefening en de kinderalimentatie en iedere verdere beslissing daarover zal aanhouden in afwachting van het verloop van de voorlopige zorgregeling. De rechtbank zal aldus beslissen.
De proceskosten
Nu de rechtbank bovenvermelde verzoeken zal aanhouden, zal de rechtbank ook het verzoek van de moeder met betrekking tot de proceskosten aanhouden.
Brief aan [de minderjarige]
De rechtbank heeft [de minderjarige] een brief geschreven om haar te laten weten wat er is gebeurd na het gesprek dat zij hadden. Dit is de inhoud van die brief:
Beste [de minderjarige] ,
Op 22 september hebben wij met elkaar gesproken. Jij vertelde toen dat je graag bij je vader wil wonen en in [plaats] naar school wilt gaan. Je had altijd een goede band met jouw moeder, maar na een incident voor de zomer is de situatie tussen jullie veranderd. Je hebt nu bijna geen contact met jouw moeder. Je hebt verteld dat je wil dat de zorgregeling omdraait en je dus voortaan bij je vader wilt wonen en om het weekend bij je moeder zal zijn.
Op 27 november heb ik met je ouders gesproken. Naar aanleiding van het gesprek met jou en het gesprek met jouw ouders heb ik besloten de zorgregeling voorlopig te wijzigen, zoals jij hebt gevraagd. Ik heb dus besloten dat jij voorlopig eenmaal per veertien dagen van vrijdag uit school tot maandag naar school bij jouw moeder bent en de rest van de tijd bij jouw vader. Ik heb dat zo besloten omdat ik het belangrijk vind om rekening te houden met jouw wensen en om rust voor jou te creëren.
Ik vind het heel belangrijk dat jij en jouw moeder weer op een prettige manier contact met elkaar hebben. Ik hoop dat de nieuwe regeling voor jou beter te overzien is en dat jullie jullie band kunnen herstellen. Je moeder heeft mij verteld dat zij en jouw zusjes jou missen. Ze wil graag het contact met jou herstellen en beter begrijpen wat er mis is gegaan tussen jullie.
Ik denk dat jullie daar hulp bij kunnen gebruiken. Ik heb daarom met jouw ouders gesproken over een bijzondere curator. Dat is iemand die met jou praat, luistert naar jouw wensen en jou kan helpen om jouw stem naar jouw ouders en naar mij te laten horen. Jouw ouders zijn het ermee eens dat een bijzonder curator jou kan helpen. Ik heb daarom besloten om een bijzondere curator voor jou te benoemen. Haar naam is Yolande de Best. Ik heb haar gevraagd jou te helpen in de gesprekken tussen jou en jouw moeder, in de hoop dat jullie elkaar beter gaan begrijpen. Ik hoop dat het contact tussen jou en je moeder verbetert en jij het weer fijn kan hebben bij allebei je ouders.
De bijzondere curator zal een verslag maken van haar werkzaamheden en dat aan mij toesturen. Dat helpt mij om over een aantal maanden te kunnen beoordelen of de beslissingen die nu genomen zijn goed voor jou zijn en welke beslissingen nog meer nodig zijn. Ik vind het belangrijk dat er niet te snel grote beslissingen worden genomen, dat er eerst rust voor jou komt en het contact met jouw moeder herstelt, voordat verdere beslissingen worden genomen. Daarom heb ik besloten alle andere beslissingen waar jij en jouw ouders om gevraagd hebben uit te stellen. Daarover praat ik met jullie verder als ik het verslag van de bijzondere curator heb gekregen. Ik zal jou dan ook weer uitnodigen voor een gesprek met mij.
Jouw ouders ontvangen van mij een beschikking waarin ik hen hetzelfde vertel als in deze brief. Zo weten jouw ouders wat ik heb besloten en ook wat ik daarover aan jou heb bericht.
Veel succes de komende tijd!
Met vriendelijke groet,
de kinderrechter

Beslissing

De rechtbank:
in de procedure met zaak- en rekestnummer FA RK 25-6615 / C/09/690929:
– met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank 26 januari 2015 – :
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] ,
voorlopigbij de moeder zal zijn eenmaal per veertien dagen van vrijdag uit school tot maandag naar school en de rest van de tijd bij de vader;
verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
benoemt tot bijzondere curator over [de minderjarige] :
mevr. Y.J. de Best,
kantoorhoudende te 3771 PL Barneveld, Binnenveld 8,
telefoonnummer: [telefoonnummer] ,
e-mailadres: [e-mailadres] ;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;
bepaalt dat de advocaten van de ouders of de ouders zelf zo spoedig mogelijk de contactgegevens van de ouders en – waar mogelijk – de contactgegevens van [de minderjarige] aan de bijzondere curator zullen e-mailen;
bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk
vóór 1 april 2026schriftelijk verslag moet hebben uitgebracht aan de rechtbank, met gelijktijdige kopie aan de (advocaten van de) ouders en de Raad voor de Kinderbescherming;
bepaalt dat ouders na ontvangst van het schriftelijk verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient binnen twee weken na ontvangst van het schriftelijk verslag, dus in elk geval
vóór 15 april 2026, aan de rechtbank, aan de bijzondere curator, aan de Raad voor de Kinderbescherming en aan de andere ouder te worden toegezonden;
in de procedure met zaak- en rekestnummer FA RK 25-6615 / C/09/690929 en in de procedure met zaak- en rekestnummer FA RK 25-6454 / C/09/690657:
bepaalt dat de behandeling ter zitting, na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator en de eventuele schriftelijke reacties van de ouders, gecombineerd zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum en tijdstip in aanwezigheid van de bijzondere curator;
houdt iedere verdere beslissing
ten aanzien van de zorgregeling, de gezagsuitoefening, de kinderalimentatie en de proceskostenaan tot
15 april 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van P. Lahman als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2026.