Eiser, met de Syrische en Colombiaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door verweerder op 24 oktober 2025 werd afgewezen. Eiser vreesde terugkeer naar Syrië vanwege eerdere detentie en het regime, en naar Colombia vanwege bedreigingen door de groepering Clan del Golfo.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen reëel risico op ernstige schade bestaat bij terugkeer naar Syrië, waardoor het bestreden besluit wordt vernietigd. Voor Colombia acht de rechtbank de afwijzing echter terecht, omdat eiser geen geloofwaardige en samenhangende onderbouwing gaf van zijn bedreigingen en geen oprechte inspanning toonde om bescherming te zoeken bij de autoriteiten.
De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand voor Colombia, trekt het terugkeerbesluit voor Syrië in en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser. Eiser en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, maar verweerder was vertegenwoordigd.