Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[naam]
en uitspraak in de beroepszaak tussen
[naam]
[naam 2]
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank van het verzet
5.1. Gelet op deze ontwikkeling in de jurisprudentie is het verzet gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 7 april 2026 vervalt en dat de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan. De rechtbank zal hierbij tevens uitspraak doen op het beroep.
Beoordeling van de rechtbank van het beroep
Nadere beslistermijn
Conclusie en gevolgen11.Opposanten krijgen gelijk. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 7 april 2026 vervalt. Ook het beroep is gegrond. De rechtbank zal een nadere beslistermijn vaststellen en daaraan een rechterlijke dwangsom verbinden waarbij wegingsfactor 0,5 wordt toegepast.
Beslissing
- verklaart het verzet gegrond;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt de minister op om binnen zes weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 50,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- veroordeelt de minister tot betaling aan eisers van € 1.401,- voor de proceskosten in beroep en in verzet.