ECLI:NL:RBDHA:2026:20213
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden, waaronder de stelling van eiser dat hij vanwege ernstige psychische en lichamelijke problemen als kwetsbaar moet worden aangemerkt en dat overdracht aan Duitsland zijn gezondheid zou verslechteren. Eiser verwees naar zijn verklaringen in het aanmeldgehoor, het arrest Tarakhel en het arrest C.K., en stelde dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door geen nader medisch onderzoek te laten verrichten en niet te reageren op zijn verzoek om uitstel.
De rechtbank oordeelt dat eiser zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd met objectieve gegevens en dat er geen aanwijzingen zijn dat de minister gehouden was een advies van Bureau Medische Advisering aan te vragen. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat overdracht aan Duitsland tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheid zou leiden. De minister mocht vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Duitsland. Het verzoek om uitstel is door de minister in het besluit meegenomen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.