ECLI:NL:RBDHA:2026:2013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van onvoldoende geloofwaardigheid seksuele gerichtheid uit Uganda
Eiseres, een Ugandese vrouw, vroeg asiel aan in Nederland op grond van haar lesbische geaardheid en het daarmee samenhangende gevaar in Uganda. De minister wees haar aanvraag af omdat hij haar seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig achtte, mede vanwege onvoldoende onderbouwing en inconsistenties in haar relaas.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij vanwege haar seksuele geaardheid een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. De rechtbank nam het referentiekader van eiseres mee, maar vond dat zij onvoldoende had onderbouwd dat zij moeite heeft met het onthouden van datums en dat haar culturele achtergrond voldoende was meegewogen.
De rechtbank wees op tegenstrijdigheden in de tijdlijn van eiseres, zoals de uitreisstempel in haar paspoort die niet strookt met haar verklaring over de vluchtdatum. Ook vond de rechtbank dat de overgelegde ondersteunende stukken weinig feitelijke informatie bevatten over haar geaardheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de minister in de proceskosten van €1.868.
Uitkomst: Het beroep van de Ugandese asielzoekster wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van haar seksuele gerichtheid als asielmotief.