Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
.De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
hate speechtegen LHBTI, is niet gebleken dat hulporganisaties of autoriteiten geen bescherming bieden. De rechtbank overweegt dat de minister in de besluitvorming voldoende heeft gemotiveerd dat daartoe in Brazilië de mogelijkheid bestaat. Zo wijst de minister erop dat eiser contact kan opnemen met gespecialiseerde instanties zoals de Federal Public Defender’s Office of de politie, waar bureaus zijn die zich richten op
hate crimes, en geeft hij concrete voorbeelden van opsporing en vervolging. [10] Daarnaast verwijst de minister naar een uitspraak van het Hooggerechtshof van 22 augustus 2023, waarin homofobe haatzaaiende uitlatingen juridisch gelijkgesteld zijn aan racistische uitlatingen en bestraft kunnen worden met gevangenisstraf. Anders dan eiser stelt, heeft de minister op grond hiervan terecht het standpunt ingenomen dat er sprake is van doeltreffende opsporing en gerechtelijke vervolging. Daarnaast leidt de stelling van eiser op de zitting, dat bescherming slechts achteraf wordt geboden nadat het kwaad al heeft plaatsgevonden, niet tot een ander oordeel. Uit het voorgaande blijkt immers dat er wel degelijk maatregelen zijn genomen om het geweld tegen LHBTI tegen te gaan. Eiser heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat hij in Brazilië geen mogelijkheden heeft om zijn beklag te doen of bescherming te krijgen. De beroepsgrond slaagt niet.