ECLI:NL:RBDHA:2026:1990

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
NL25.48103
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij buiten behandeling laten asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn opvolgende asielaanvraag buiten behandeling te laten op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep.

Uit de stukken blijkt dat eiser op 21 oktober 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser verzocht te reageren op de vraag of er nog contact is met eiser, maar hierop is niet gereageerd, ook niet na een rappel. Gezien deze omstandigheden en vaste jurisprudentie neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming.

Daarom ontbreekt procesbelang bij het beroep en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank wijst tevens een proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier R. de Mul op 5 februari 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling laten van de asielaanvraag is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.48103

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers opvolgende asielaanvraag van 17 september 2025 buiten behandeling gelaten op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Bij brief van 20 november 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 21 oktober 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij bericht van 20 november 2025 heeft de rechtbank aan de gemachtigde van eiser gevraagd kenbaar te maken of zij nog contact heeft met eiser. Omdat niet is gereageerd op dit bericht, heeft de rechtbank op 1 december 2025 een rappel verzonden. Ook hier is niet op gereageerd.
2. Gelet op deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. [1] Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 5 februari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.