ECLI:NL:RBDHA:2026:19827

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
C/09/685453 / FA RK 25-3730
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:205 BWArt. 1:5 lid 1 BWArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging van erkenning wegens afwezigheid biologische vaderschap ondanks termijnoverschrijding

Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot vernietiging van de erkenning door de man, omdat deze niet zijn biologische vader is. De erkenning dateert uit 2012, kort na het huwelijk van de moeder en de man, maar verzoeker wist al sinds jonge leeftijd dat de man niet zijn biologische vader was. Het verzoek werd niet binnen de wettelijke termijn ingediend, maar verzoeker stelde dat dit in strijd is met zijn recht op familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.

De rechtbank oordeelde dat hoewel termijnen noodzakelijk zijn voor rechtszekerheid, in deze zaak het belang van de maatschappelijke werkelijkheid en het familie- en gezinsleven zwaarder wegen dan een strikte termijnhantering. Daarom werd het verzoek ontvankelijk verklaard. Uit het dossier bleek voldoende dat de man niet de biologische vader is en dat er sinds de echtscheiding in 2016 nauwelijks contact was.

De rechtbank vernietigde de erkenning en bepaalde dat verzoeker voortaan de geslachtsnaam van zijn moeder draagt. De proceskosten worden door iedere partij zelf gedragen. Hiermee wordt de juridische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie, waarbij het belang van verzoeker centraal staat.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de erkenning van verzoeker door de man ondanks termijnoverschrijding en brengt de juridische situatie in overeenstemming met de feitelijke situatie.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3730
Zaaknummer: C/09/685453
Datum beschikking: 17 juni 2026

Vernietiging erkenning

Beschikking op het op 2 april 2025 ingekomen verzoek van:

[verzoeker] ,

verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. B.J. de Deugd in Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

Bij beschikking van 10 april 2025 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, heeft de rechter zich onbevoegd verklaard om van het verzoek kennis te nemen en de zaak, in de stand waarin deze zich bevond, doorverwezen naar de rechtbank Den Haag.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens verzoeker;
  • het bericht van 24 november 2025 namens verzoeker.
De man is opgeroepen voor een zogenaamde RNI-zitting op 7 april 2026. De man is niet op de zitting verschenen, zodat de zaak op de stukken zal worden afgedaan.

Feiten

  • Uit [de moeder] (hierna: de moeder) is verzoeker geboren op [geboortedatum 1] 2003 in [geboorteplaats 1] .
  • De moeder en de man zijn gehuwd op [dag 1] 2012 in [plaats] , welk huwelijk op
[dag 2] 2016 is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
  • De man heeft verzoeker met toestemming van de moeder erkend op [dag 3] 2012. Bij die gelegenheid is gekozen voor de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam] ’.
  • Verzoeker is op [dag 4] 2021 meerderjarig geworden.
  • De moeder, de man en verzoeker hebben de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot vernietiging van de erkenning door de man van verzoeker, kosten rechtens.
De man heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Vernietiging erkenning
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:205 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, worden ingediend bij de rechtbank:
door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden bewogen is toestemming tot de erkenning te geven.
Op grond van artikel 1:205 lid 4 BW Pro wordt het verzoek door het kind ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet zijn biologische vader is. Als het kind tijdens zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden worden ingediend.
Verzoeker erkent dat hij zijn verzoek niet heeft ingediend binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn, omdat hij al sinds jongs af aan weet dat de man niet zijn biologische vader is. Verzoeker heeft een oudere zus en broer. De biologische vader van de drie kinderen is de heer [naam] , die op een onbekend adres in Kameroen verblijft. In 2011 is een kind geboren uit de relatie tussen de moeder en de man, welke na erkenning door de man de achternaam “ [geslachtsnaam] ” kreeg. Na het huwelijk in 2012 tussen de moeder en de man wilde verzoeker, samen met zijn oudere zus en broer, ook de achternaam “ [geslachtsnaam] ” verkrijgen. Dat is destijds geregeld. Verzoeker en de moeder waren in de veronderstelling dat er sprake was van een geslachtsnaamwijziging. Recent, in elk geval minder dan drie jaar geleden, heeft verzoeker via zijn zus ontdekt dat er sprake is geweest van erkenning. Sinds de echtscheiding in 2016 is er nauwelijks contact geweest met de man. Er is sporadisch contact met de biologische vader. Verzoeker wil mogelijk in de toekomst toestemming verlenen voor een erkenning door de biologische vader. Verzoeker voert aan dat hij, ondanks dat zijn verzoek niet binnen de wettelijke termijn is ingediend, in dit geval wel in zijn verzoek ontvangen moet worden. Een niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding schaadt zijn belangen en daarmee wordt het in artikel 8 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) neergelegde recht op “family life” geschonden.
De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat het verzoek tot vernietiging van erkenning niet binnen de wettelijke termijn is ingediend. De rechtbank stelt voorop dat het stellen van termijnen noodzakelijk is om de rechtszekerheid te waarborgen en de belangen van het kind te beschermen. Hoewel het stellen van termijnen in beginsel geen ongerechtvaardigde inmenging is in het familie- en gezinsleven van betrokkenen in de zin van artikel 8 EVRM Pro, is de rechtbank van oordeel dat het vasthouden aan de hiervoor genoemde termijn in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid wel een ongerechtvaardigde inmenging in het familie- en gezinsleven van verzoeker oplevert en in zoverre strijdig is met artikel 8 EVRM Pro. Het respect voor het familie- en gezinsleven eist in deze zaak dat het belang van de maatschappelijke werkelijkheid prevaleert boven een strikte hantering van de in artikel 1:205 lid 4 BW Pro gestelde termijn en de daarmee voorgestane rechtszekerheid. De rechtbank acht dan ook voldoende rechtvaardiging aanwezig om van de gestelde termijn af te wijken en verzoeker te ontvangen in zijn verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Een verzoek tot vernietiging van de erkenning kan worden toegewezen, als blijkt dat de erkenner niet de biologische vader is van het kind.
Uit het verzoekschrift blijkt dat het voor alle betrokkenen duidelijk was dat de man niet de biologische vader van verzoeker is. De man heeft verzoeker op [dag 3] 2012 erkend en op
[dag 1] 2012 zijn de man en de moeder getrouwd. Inmiddels zijn de man en de moeder gescheiden. Sinds de scheiding in 2016 heeft verzoeker nauwelijks contact meer gehad met de man. Daarnaast is in het ouderschapsplan dat in 2016 door de moeder en de man is opgesteld opgenomen dat “de 3 oudste kinderen van de moeder” zelf mogen bepalen of en zo ja wanneer zij de man willen bezoeken, en dat als de moeder komt te overlijden de drie oudste kinderen naar de zus van de moeder gebracht worden. Hoewel de man geen instemmingsverklaring heeft ingediend, is namens verzoeker wel een e-mail van de man overgelegd waarin hij aangeeft geen bezwaar te hebben tegen het verzoek.
De rechtbank acht met het bovenstaande voldoende aangetoond dat de man niet de biologische vader van verzoeker is. De rechtbank acht het in het belang van verzoeker dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke werkelijkheid en zal het verzoek van verzoeker daarom toewijzen.
Nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de erkenning door de man geacht nimmer gevolg te hebben gehad. Door de vernietiging van de erkenning staat verzoeker enkel in familierechtelijke betrekking tot de moeder en hij zal dan ook van rechtswege ingevolge artikel 1:5 lid 1 BW Pro de geslachtsnaam van de moeder dragen.
Proceskosten
In het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten als na te melden te compenseren.

Beslissing

De rechtbank:
*
vernietigt de erkenning – gedaan op [dag 3] 2012 bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] – door:
[de man] , geboren op [geboortedatum 2] 1960 in [geboorteplaats 2] ,
van:
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum 1] 2003 in [geboorteplaats 1] , uit:
[de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1982 in [geboorteplaats 3] , [geboorteland] ;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 juni 2026.