ECLI:NL:RBDHA:2026:19765
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk
Eiseres, met de Tanzaniaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek.
Eiseres betoogde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom overdracht aan Frankrijk niet zou leiden tot een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest. Zij verwees naar obstakels in het Franse opvangsysteem en haar kwetsbaarheid als lesbienne. Tevens stelde zij dat de minister had moeten beoordelen of individuele garanties nodig waren en dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening van toepassing zou moeten zijn.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk niet aan zijn verplichtingen voldoet. De persoonlijke omstandigheden van eiseres en haar eerdere verblijf in Frankrijk gaven geen aanleiding tot het aannemen van een reëel risico op een schending van haar rechten. Ook was er geen grond voor het toepassen van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
Daarom werd het beroep kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.