ECLI:NL:RBDHA:2026:19763
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk niet langer geldt vanwege structurele tekortkomingen in het Franse asiel- en opvangsysteem, onderbouwd met het AIDA-rapport 2024 en jurisprudentie. Tevens stelde hij dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet werd toegepast en dat er geen individuele medische risicoanalyse was verricht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, aangezien eiser niet aannemelijk had gemaakt dat er een reëel risico bestaat op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het persoonlijke relaas van eiser was onvoldoende onderbouwd en hij voldeed niet aan de criteria van bijzondere kwetsbaarheid zoals in het Tarakhel-arrest. Ook het beroep op artikel 32 Dublinverordening Pro faalde wegens gebrek aan concretisering en bewijs van medische omstandigheden.
De rechtbank stelde dat verweerder geen aanleiding had om artikel 17 toe Pro te passen of nader onderzoek te verrichten. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdzaak was afgedaan en er geen connexiteit meer bestond. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.