Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nadat het beroep was ingediend, heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de minister door het alsnog nemen van een besluit na het indienen van het beroep aan verzoeker is tegemoetgekomen. Daarom dient de minister de proceskosten te vergoeden.
De minister bood een vergoeding van €453,50 aan, maar de rechtbank stelt vast dat met ingang van 1 januari 2026 het bedrag per 0,5 punt is vastgesteld op €467,-. De rechtbank bepaalt daarom de proceskostenvergoeding op €467,-.
De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt de minister tot betaling van deze proceskosten. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.