ECLI:NL:RBDHA:2026:19424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en verzoek om schadevergoeding afgewezen
De minister heeft op 12 april 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die hiertegen beroep instelde en tevens schadevergoeding vorderde. De rechtbank toetste het voortduren van deze maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 24 april 2026.
Eiser stelde dat het uitzettingsproces onzorgvuldig verliep, met name vanwege een termijn van ruim vier weken tussen nationaliteitsbevestiging en geplande uitzetting, en dat tijdens een vertrekgesprek andere informatie werd verstrekt dan in de voortgangsrapportage stond. De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk zicht op uitzetting naar Algerije bestaat, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het feit dat de nationaliteit van eiser op 13 juni 2026 was bevestigd.
Hoewel de Algerijnse autoriteiten later een administratieve fout maakten en de laissez-passer introkken, werd de geplande vlucht van 14 juli 2026 geannuleerd en blijft de aanvraag in onderzoek. De rechtbank achtte het handelen van de minister voortvarend, mede omdat eiser nauwelijks meewerkt aan zijn uitzetting. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.