ECLI:NL:RBDHA:2026:19322

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
NL26.9590
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek zonder bekend verblijf niet-ontvankelijk verklaard

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag af te wijzen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep.

Uit de stukken blijkt dat eiser op 12 juni 2026 met onbekende bestemming is vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem kan krijgen. Gezien deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland.

Daarom ontbreekt het aan procesbelang en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank wijst het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling en kent geen proceskostenvergoeding toe.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.9590

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] , verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Bij brief van 15 juni 2026 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 12 juni 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij bericht van 22 juni 2026 heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank meegedeeld dat het hem niet lukt om in contact te komen met eiser.
2. Gelet op deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. [2] Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 10 juli 2026 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Zie de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.