ECLI:NL:RBDHA:2026:18675
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 28 januari 2026 is afgewezen. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank beoordeelde vervolgens of eiser nog procesbelang had bij het beroep.
De minister informeerde de rechtbank op 17 februari 2026 dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf op 9 juni 2026 aan geen contact meer te hebben met eiser en niet te weten waar hij verblijft. Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming, tenzij er concrete aanwijzingen zijn van het tegendeel.
Gezien het ontbreken van contact en concrete aanknopingspunten concludeerde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke beoordeling van de zaak. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.