Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
door op verschillende data en/of tijdstippen in voormelde periode
- één of meermalen sms-berichten en/of whatsapp-berichten aan die [aangeefster] te sturen,
- één of meermalen te bellen naar die [aangeefster] en/of haar voicemail in te spreken,
- daarbij gebruik te maken van meerdere verschillende telefoonnummers
met het oogmerk die [aangeefster], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
3.De bewijsbeslissing
in de bijlageopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden voor het ten laste gelegde onder dagvaarding I.
“Weet niet wat er met jou aan de hand is maar je ken beter iemand anders zoeken”. De aangeefster begreep daaruit dat de relatie was beëindigd. Zij heeft vervolgens niet gereageerd en verder geen enkel contact meer met de verdachte gehad. De verdachte heeft daarop met verschillende telefoonnummers meerdere sms-berichten en whatsapp-berichten aan aangeefster gestuurd en haar meerdere malen gebeld en haar voicemail ingesproken. Ook nadat de aangeefster op 10 juli 2025 aangifte tegen de verdachte heeft gedaan, is hij met dit gedrag doorgegaan. De verdachte heeft hierin volhard tot kort voor zijn aanhouding, namelijk tot en met 26 oktober 2025. Met dit gedrag heeft de verdachte stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Dat de verdachte aangeeft dat hij recht heeft op duidelijkheid en alleen een antwoord te hebben gewild over de status van de relatie en het voorgenomen huwelijk tussen hem en aangeefster, rechtvaardigt niet dat hij eenzijdig contact met haar bleef zoeken. Het kan gelet op de voortdurende radiostilte niet anders dan dat het voor de verdachte duidelijk was dat aangeefster geen contact meer met hem wilde. Temeer nu de verdachte verschillende telefoonnummers gebruikte om contact te krijgen met aangeefster, en zij op geen van de berichten heeft gereageerd. Voor de volledigheid wijst de rechtbank nog op het arrest van de Hoge Raad waaruit volgt dat niet is vereist dat aangeefster aan de verdachte expliciet kenbaar heeft gemaakt geen contact meer met hem te willen hebben (Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2015:1447, 2 juni 2015). Het ten laste gelegde feit kan dan ook wettig en overtuigend bewezen worden.
de periode van29 maart 2025 tot en met 26 oktober 2025 in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster],
door op verschillende data en tijdstippen in voormelde periode
- meermalen sms-berichten en whatsapp-berichten aan die [aangeefster] te sturen,
- meermalen te bellen naar die [aangeefster] en haar voicemail in te spreken,
- daarbij gebruik te maken van meerdere verschillende telefoonnummers
met het oogmerk die [aangeefster], te dwingen iets te doen
ente dulden;
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
De rapporteur adviseert de maatregel van tbs op te leggen. Een tbs met voorwaarden zou daarin theoretisch de voorkeur hebben, gezien de bereidwilligheid van de verdachte om mee te werken aan behandeling en begeleiding. Gelet op het voorgaande is de maatregel van tbs volgens de rapporteur aangewezen. Een tbs met voorwaarden zou daarin theoretisch de voorkeur hebben, maar mocht een tbs met voorwaarden niet haalbaar worden geacht, is een tbs met dwangverpleging aangewezen. De rapporteur benadrukt de noodzakelijkheid van een adequate behandeling en een uitbreid resocialisatietraject met stringente controle en begeleiding.
De reclassering is van mening dat de elementen die noodzakelijk zijn om te kunnen interveniëren binnen het kader van een tbs met voorwaarden niet- of onvoldoende aanwezig zijn. De reclassering ziet in het kader van recidivebeperking geen mogelijkheden om een resocialisatieplan met passende (behandel)interventies op te stellen, geen mogelijkheden om voorwaarden te concretiseren en geen mogelijkheden om uitvoering te geven aan een effectief toezicht.
acht maandenpassend en geboden.
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
8 (ACHT) MAANDEN;
[aangeefster];
[aangeefster];
[aangever];
[aangever];