ECLI:NL:RBDHA:2026:18657
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging van vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zienswijze
Eiser, een vreemdeling met de Algerijnse nationaliteit, zat voorafgaand aan de bestreden maatregel al maximaal zes maanden in vreemdelingenbewaring op grond van hetzelfde terugkeerbesluit. De minister verlengde de bewaring met een nieuwe maatregel, die volgens vaste rechtspraak als verlengingsbesluit geldt. De rechtbank stelt vast dat eiser niet duidelijk is gemaakt dat het om een verlenging van twaalf maanden ging en dat hij niet expliciet is gewezen op zijn recht om hierover een zienswijze te geven.
De rechtbank oordeelt dat de minister hierdoor onzorgvuldig heeft gehandeld en dat de verlenging onrechtmatig is. De maatregel van bewaring wordt daarom opgeheven met ingang van de oplegging op 24 juni 2026. Daarnaast kent de rechtbank een schadevergoeding toe voor de onrechtmatige bewaring van zeven dagen en vergoedt zij de proceskosten van eiser.
De uitspraak benadrukt het belang van het bieden van een reële mogelijkheid tot het geven van een zienswijze bij verlengingsbesluiten van vreemdelingenbewaring, conform artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en het arrest Aroja van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de verlengde maatregel van vreemdelingenbewaring op en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan eiser.